“het licht dooit” Xander Jongejan

het licht dooit 9789464050530/2020

Xander Jongejan, selfpub/ Brave New Books

Xander Jongejan publiceerde in 2017 zijn dichtbundel “ wat zijn de bananen duur” en een jaar later (2018) zijn debuutroman  “de tafel van Tarzan”.  De laatste heb ik mogen lezen voor het ‘selfpubcafé’. Hier kunnen selfpubbers hun boek onder de aandacht brengen en de lezer het boek “lenen” en bespreken. Een top initiatief van Shirley Pelikan en Kim Verheugen. Op deze manier krijgt de auteur een groter publiek en ontdekt de lezer op zijn tijd een juweel van een boek die je anders volledig zou kunnen mislopen.  Zo heb ik met plezier en geboeid  “ de tafel van Tarzan” gelezen. Toen ik hoorde dat er een nieuwe titel van deze auteur aan zat te komen wilde ik deze meteen ook lezen. Via de site van de auteur volgde ik de totstandkoming van het boek en las ik de nodige achtergrondinformatie.  Dit gaf een stuk voorpret maar ik denk dat je het boek ook anders gaat lezen. Zo heeft de auteur zijn eigen ervaringen verwerkt in dit verhaal waar hij vijf jaar aan bezig is geweest.

Het verhaal gaat over  Deik ( Michiel van Dijk). Bij aanvang van het verhaal is hij dakloos. Hij heeft een mismaakt gezicht wat hem onzeker maakt. Hij houdt van het donker want dan kan niemand hem zien. In het licht valt zijn gezicht teveel op wat weerstand geeft bij de mensen die hij ontmoet. Het verhaal speelt zich af tussen 1989 en 2006. Door terug blikken kom je er achter wie Deik is en hoe hij op straat terecht is gekomen.
Je gaat terug naar zijn schooltijd. Daar ontpopt hij zich als schrijver en deelt die ervaring met zijn studiegenoot Bart. Ze dagen elkaar uit, lezen elkaars werk en stimuleren en motiveren elkaar. Als Bart gepubliceerd wordt en Deik niet komt dit tussen hen in te staan. Ook in de liefde wil het niet voorspoedig gaan. Deik probeert zich staande te houden maar ervaart alleen tegenslag en verraad. Hij belandt op een gegeven moment op straat en ondergaat daar hoe hard het leven is.  Tegenslag na tegenslag weet hij zich staande te houden. Maar ondanks, of juist door, al die teleurstelling raakt de schrijver in hem niet uitgedoofd.

De helderblauwe cover met mooie titel trekt aan. Mooi door zijn eenvoud en dat is de schrijfstijl van deze auteur ook. Met weinig woorden veel vertellen en vooral de lezer te raken. Ik vind dat knap en noemenswaardig. Op pagina 69 is een verwijzing naar de titel en de zin die daarop volgde maakte dat ik niet anders kan zeggen dat de titel heel goed gevonden is en bij het verhaal past. ( sorry, wil geen spoilers plaatsen).

In een 47 tal  zeer korte hoofdstukken met korte en bondige zinnen wordt er een dijk van een verhaal neergezet. Het zet de lezer aan tot denken en af en toe proef je gewoon de frustratie van de personages. De auteur weet emoties op te roepen bij zijn personages en de lezer.  Niet alles is wat het is en je vraagt je af hoeveel tegenslag iemand moet kunnen verdragen. Er wordt een echt leven neergezet met rauwe randen. Sommige dingen blijven open en meestal kan ik mij daar aan irriteren maar dit keer niet. Het zet je aan tot denken over het verhaal waardoor het verhaal je meer raakt en je je bijna betrokken voelt bij de hoofdpersoon.

De originele manier van vertellen en het weten te boeien van de lezer kan deze auteur als geen ander. Hopelijk krijgt dit boek een groot publiek want dat verdient het zeker.

“het schooltje van Auschwitz” Mario Escobar

cover het schooltje9789029729413/2020

Mario Escobar, vertaling Hilke Makkink, uitgeverij KokBoekencentrum

Mario Escobar is geschiedkundige en de auteur van het boek “het schooltje van Auschwitz”.  Een verhaal gebaseerd op het leven van de Duitse Helene Hannemann die in het vernietigingskamp met haar schooltje voor veel kinderen een klein lichtpuntje kon betekenen.

De Duitse verpleegster Helene Hannemann trouwt met haar grote liefde Johann, violist in de Berliner Philharmoniker. Hij is van Roma-afkomst en samen krijgen ze vijf kinderen, waaronder een tweeling.  In 1936 wordt Johann vanwege zijn Roma-afkomst ontslagen uit het orkest en werkt Helene dubbele diensten om het hoofd boven water te kunnen houden. Naïef dat ze is denkt ze dat haar gezin, vanwege haar afkomst, veilig is voor de nazi’s. Als in mei 1943 de Gestapo haar bezoekt krijgt ze te horen dat haar man en kinderen mee moeten maar dat zij mag blijven omdat ze Arisch is.  Helene weigert dit en wil kosten wat het kost bij haar gezin blijven en gezamenlijk gaan zij op transport, onder erbarmelijke omstandigheden per trein.  De reis gaan naar vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. Bij aankomst wordt Johann meteen van zijn gezin gescheiden en Helene en haar kinderen komen in het zogenaamde ‘familiekamp’ in Birkenau.  Helene kan als verpleegster aan de slag.  In die periode werkt kamparts Mengele als medisch stafhoofd, berucht om zijn experimenten met tweelingen. Helene durft Mengele aan te spreken en hij geeft de opdracht om een schooltje op te richten voor de kinderen. Ze krijgt in eerste instantie alle middelen die ze nodig heeft zelfs een zandbak, schommels en Disneyfilms. Ze wist dat dit ook pure propaganda was maar ze stemde er in mee om het voor de kinderen iets beter te maken en ook voor haarzelf en haar gezin. Ze mochten in een kamer achter het schooltje verblijven en hadden, net als de kinderen op het schooltje extra eten en drinken. Hierdoor probeert ze wat te kunnen betekenen voor de kinderen in deze trieste situatie. Een trieste situatie met voor de meeste geen ‘happy end’.

Wat een mooie, ontroerende maar ook aangrijpende roman is dit. Ik had gewoon tranen in mijn ogen bij sommige stukken en kippenvel tot op het bot. Doordat de auteur veel feiten in het verhaal heeft verwerkt en heeft geschreven vanuit het perspectief van Helene komt het verhaal over alsof het echt zo gebeurd zou kunnen zijn. Hierdoor komt het harder bij de lezer binnen.  Helene is een strijdvaardige vrouw die als een leeuwin voor haar kinderen vecht en alles probeert om al die onrecht met een klein beetje hoop te verzachten. Het einde is aangrijpend als je leest hoe het haar en haar kinderen is vergaan.  Als je daarna echter de historische toelichting van de auteur leest heb je een extra portie kippenvel.  In deze toelichting laat hij weten wat hij aan historische feiten heeft gebruikt en waar hij gebruik heeft gemaakt van fictie om het verhaal vorm te geven. Ook verteld hij dat het in het echte leven heel anders met Helene en haar gezin is afgelopen.

De auteur heeft een heel toegankelijk en mooi verhaal neergezet. Je wilt blijven lezen en hopen maar een ieder weet dat er weinig hoop was voor de slachtoffers van Birkenau. En dat is ook eigenlijk ook de kracht van dit boek. Het geeft een goed historisch beeld van het alledaagse leven in het kamp en de auteur schuwt de gruwelen ook niet die daar plaatsvonden. Ze worden niet geromantiseerd maar gewoon beschreven waardoor je als lezer meegezogen wordt in de ellende en net als Helene elke sprankje hoop wilt plukken.

Een boek wat gelezen verdient te worden.

Ik besprak dit boek ook op ikhouvanhistorischeleerzameboekenenromans

” waarom we huizen bouwen” Renée Kapitein

cover waarom we huizen bouwen9789026346873/2020

Renée Kapitein, uitgeverij Ambo/Anthos

Renée Kapitein studeerde aan de HKU, schrijft korte verhalen, sketch comedy en scenario’s. Tijdens haar studie woonde ze in zo’n veertien huizen en kampeerde tenslotte twee weken om een ligplaats voor een woonboot te bemachtigen.  Waarschijnlijk zijn deze ervaringen de basis geweest voor haar romandebuut. Een luchtige, heerlijk leesbare en ik denk een van de prettigste romans die ik dit jaar tot nu toe heb mogen lezen. Voor mij een geslaagd debuut dus !

Naast het feit dat ik de cover al opvallend en origineel vind sprak de tekst op de achterzijde mij ook aan.   Het verhaal gaat over Anna die op weg is naar een housewarming waar ze eigenlijk geen zin in heeft. Ze komt echter nooit op de plek waar ze wezen moest want ze strandt in een afgelegen restaurantje waar ze Bor ontmoet. Bor ontmoet op een soort parkeerplaats.  Een rij caravans, campers en tentjes voor een leeg stuk grond. Ze staan in de rij om een kavel te bemachtigen. De droom van Bor om zijn eigen huis te kunnen bouwen. Anna wordt op slag verliefd op Bor en als hij vraagt of zij zijn plekje in de rij wilt bewaken zodat hij even weg kan zegt ze meteen ja. Ze worden onafscheidelijk en Anna gaat met hem het huizenavontuur aan.  Ze vragen vergunningen aan, doen de inkopen, houden de vooruitgang sterk in de gaten. Anna die tot die tijd van woning naar woning ging (woningen van anderen waar ze op paste) en leefde uit verhuisdozen wordt gedurende het verhaal volwassen.  De bouw levert problemen op, het geld raakt op, maar Anna groeit net als het huis.

Het is een heerlijk verhaal. Anna heeft moeite met de snelle maatschappij waarbij ieders leven wel van te voren lijkt uitgestippeld. Iets waar ze zich best wel tegen (wilt) verzetten maar niet altijd durft. Aan de ene kant is ze onzeker maar aan de andere kant weet ze goed wat ze wel of niet wilt. Soms is ze behoorlijk naïef maar op de een of andere wijze siert haar dat.  Ik kan niet anders zeggen dat, ondanks haar soms bijzondere acties, ik meteen sympathie voor haar had. Sommige situaties zijn herkenbaar en af en toe zou ik willen dat ik zorgeloosheid van Anna in het begin van het verhaal wat meer had gehad.  Als lezer wordt je meegenomen in de groei van de relatie van Anna en Bor en uiteraard in de vorderingen van het huis. Een verhaal vol dagelijkse beslommeringen over twee gewone mensen. Het stuk herkenbaarheid maakt het nog fijner lezen. Dit alles wordt afgesloten met een mooi einde, wat ik niet echt meteen zag aankomen.

De auteur heeft met een pen vol humor, luchtigheid en hier en daar wat sarcasme een heerlijk verhaal opgeschreven wat ik van harte kan aanbevelen

!fg als we huizen bouwen Ik besprak dit boek ook op de site van de feelgood community

 

 

 

“het antwoord op misschien” Hendrik Winter

download (3)9789402704143/2019

Hendrik Winter, vertaling Lilian Caris, uitgeverij HarperCollins

Hendrik Winter heeft jarenlang als  taxichauffeur gewerkt. Hij reed vaak zieke mensen naar therapie. Zijn taxi noemde hij ‘kankertaxi’ vanwege al deze patiënten. Tijdens de ritten waren er veel gesprekken. De verhalen van deze mensen raakte hem en één verhaal in het bijzonder en dat was het verhaal van Jessi. Hoewel dit en fictief boek is met fictieve personen zijn de eigen ervaringen van Hendrik Winter en met name het verhaal van de dame die model stond voor Jessi de basis van dit mooie en ontroerende verhaal. Hierdoor raakt het verhaal je tot in het bot.

Het verhaal gaat over Adam en Jessi. Adam is een taxichauffeur van een zogenaamde ‘kankertaxi’. Het taxibedrijf is gespecialiseerd in ziekenvervoer en met name het halen en brengen van patiënten naar de (chemo-) therapie. Naast zijn werk gaat hij wel eens klimmen met een vriend omdat zijn droom nog altijd is om de hoogste vulkaan ter wereld te beklimmen, maar die droom schuift hij steeds voor zich uit. Hij woont nog bij zijn (dementerende) oma en onderneemt verder niet zo veel . Op een dag stapt de jonge Jessi in de taxi van Adam. Het is de eerste van vele ritten en langzaam leren elkaar kennen. Jessi heeft een klein dochtertje en een grote tumor in haar luchtpijp. De prognose is dus zeer slecht voor haar toekomst. Adam en Jessi worden verliefd. Er is geen toekomst in het verschiet dus moeten ze de dag plukken en in actie te komen.

Wat een geweldige roman is dit !  Het heeft van alles wat. Een tranentrekkende situatie waarbij een jong stel verliefd wordt maar je weet als lezer al dat het totaal geen toekomst heeft omdat Jessi niet meer lang te leven heeft. De ellende die kanker heet treft niet alleen de patiënt maar ook haar ouders, haar jonge dochtertje en uiteraard Adam. Adam heeft naast zijn zorgen om zijn grote liefde ook nog eens de zorg over zijn dementerende oma. Doordat de auteur echter naast al deze ellende ook ruimte heeft gemaakt voor vrolijke en liefdevolle momenten is het gelukkig geen zwaar boek geworden maar een luchtige roman die je doet glimlachen maar uiteraard ook naar die doos tissues doet grijpen.   Een geweldig mooie combinatie en dit alles met een zeer prettige vertelstijl waardoor je blijft lezen.  Je wordt in het verhaal gezogen, klampt je vast aan het liefdesverhaal en wilt gewoon blijven lezen. Ook al weet je dat het een relatie is die niet lang stand zal kunnen houden gun je ze alle geluk van de wereld. En als het je als acteur lukt om de lezer zo mee te laten leven met je fictieve karakters heb je een top boek geschreven.

83107278_862967030792733_989335624735795914_n(1)Je kunt deze recensie ook terug vinden op de feelgoodcommunity , een site vol boekentips en besprekingen in dit genre. 

“alles wat er was ” Hanna Bervoets

cover alles wat er was

Hanna Bervoets, uitgeverij Pluim

Hanna Bervoets schrijft romans, columns en scenario’s. Ze heeft de bachelor Media en Cultuur gedaan en daarnaast een master Journalistiek en Research.  Inmiddels heeft ze al een aantal romans op haar naam staan, is haar werk in diverse verhalen vertaald en is bekend gemaakt dat zij voor 2021 het boekenweekgeschenk gaat schrijven.  De roman ‘  ‘Welkom in het Rijk der zieken ‘ was mijn kennismaking met haar werk, een roman die bij je binnekomt. Deze roman is bij uitgeverij Pluim opnieuw uitgebracht en toen ik het als cadeau op de deurmat vond was dat een aangename verrassing!

Het verhaal gaat over acht mensen die in totaal isolement op elkaar zijn aangewezen. Zij komen op een zondag samen in een leeg schoolgebouw om opnamen te maken voor een wetenschapsprogramma. Hoofdrolspeler van dit programma is achtjarige superslimme  Joeri waar de film om zal draaien. De film wordt echter niet gemaakt. Vlak na aankomst klinkt er namelijk buiten een luide knal en alles wordt wit. Een dikke mist hangt om het gebouw en via de televisie krijgen ze de boodschap om ramen en deuren dicht te houden en instructies af te wachten. Echter valt de verbinding uit en zijn ze volledig afgesloten van de rest van de wereld. Cameravrouw Lotte trekt dit niet en verlaat het gebouw om naar haar kind te gaan. Van haar wordt niets meer vernomen. Joeri, zijn moeder Nathalie, meester Kasper en schoonmaker Kaylem zijn overgebleven met presentator Leo en zijn andere televisie-collega’s Barry en Merel. Ze hebben geen idee hoelang het zal duren. Een zoektocht naar eten en drinken levert niet veel op en de spanningen nemen toe. Dagen worden weken en de onderlinge spanningen lopen hoog op. Naast vertrouwen en vriendschap is er ook wantrouwen en haat en de grote vraag hoe ver je zou gaan als er straks echt niets meer te eten is?

Als lezer beleef je het verhaal door de ogen van Merel.  De dagen zijn de hoofdstukken van het verhaal en je springt niet-chronologisch van dag tot dag.  Daarnaast houdt Merel in een gevonden agenda een dagboek bij die als fragmenten door het verhaal gaan. Deze manier van vertellen lijkt chaotisch maar is juist een manier om de enorme spanning die er al is nog hoger te maken.  Ja, je moet je aandacht er bij houden maar dat is geen enkel probleem omdat je wilt weten hoe het verder gaat met de mensen daar en met Merel en haar hersenspinsels. Lukt het iedereen om te overleven en niet letterlijk gek te worden als je in zo’n uitzichtloze situatie terecht komt met mensen die je daar zelf niet voor hebt uitgekozen.  Blijven ze binnen en accepteren ze de keuzes die de anderen maken.  Want wat als alles wat er was er niet meer is hoe  moet het dan verder en wat heeft het allemaal dan voor zin?

Overleven, radeloosheid, verdriet, boosheid, liefde, vertrouwen, wantrouwen, jaloezie, haat, seks, kannibalisme, moed, lef, vindingrijkheid, depressie, er zit zoveel in dit verhaal.  Een roman die na  het lezen nog wel even blijft rondspoken in je hoofd.

Ik kan niet anders zeggen dat ik door het boek heen gevlogen ben. Ik was zo benieuwd wat er ging gebeuren met deze acht personen. Al lezende had ik zoveel vragen en als ik dacht een antwoord te hebben bracht het weer vragen met zich mee. Hierdoor wist de auteur mij bij de les te houden en geboeid van begin tot het einde.  Een heel open einde waar je alle kanten mee op kunt gaan. Hoewel een open einde mij soms kan ergeren vond ik het bij dit verhaal dit totaal niet. Het past er perfect bij om dit verhaal op de manier af te sluiten zoals het nu is gegaan. ( in kader van spoilers wil ik hier niet te veel op in gaan).

Een dikke aanrader, wat kan Hanna Bervoets schrijven zeg !

 

 

 

 

 

 

 

 

” de lessen van meneer Picquier” Marc Roger

lessen van meneer picquier9789400511705/2020

Marc Roger, vertaling Marga Blankestijn, uitgeverij A.W. Bruna

Marc Roger is van zijn beroep voorlezer. Ik wist niet dat je dat als beroep kon hebben maar het lijkt mij heel mooi om zo mensen te ontroeren met je verhalen. ‘ de lessen van meneer Picquier’ is zijn debuutroman. In deze roman staat de liefde voor lezen, boeken en voorlezen centraal.

Meneer Picquier heeft, vanwege zijn leeftijd en zijn gezondheidsproblemen ( onder andere ziekte van Parkinson), zijn boekhandel moeten sluiten en zelfstandig wonen zat er ook niet meer in. Hij betrekt een kamer in het verzorgingstehuis “Les Bleuets” en hoewel klein behuisd heeft hij zijn kostbaarste bezit, drieduizend boeken, mee kunnen nemen. Al zijn kamerwanden zijn tot aan het plafond gevuld met boeken. Helaas kan hij door zijn ziekte niet meer lezen en dat is wat hij het allerliefste doet. Grégoire is een achttien jarige jongen die zijn school niet heeft afgemaakt en via zijn moeder een baantje in de keuken van het verzorgingstehuis heeft gekregen. Het is hard zwoegen in de keuken en is blij dat hij nu ook de maaltijden rond mag brengen. Daardoor ontmoet hij meneer Picquier. Meneer Picquier vraagt of hij elke dag een uur wilt komen voorlezen en dat hij het dan wel zou regelen met de directrice. Grégoire heeft niets met boeken of lezen maar ontsnappen van het harde werken in de keuken lijkt hem wel wat. Langzaam groeit het voorleesuur uit tot een vriendschap tussen de twee en het voorleesuur wordt populair en steeds meer bewoners schuiven aan. Bij het kiezen van de boeken en het voorlezen krijgt Grégoire tips en lessen mee over praktische zaken maar ook over andere levenszaken.

Het boekje van ongeveer 200 pagina’s sprong er voor mij vanwege de kaft. Als lezer trekt een lezende figuur op een afbeelding al snel aan. Bij het lezen van de achterflap over een boekverkoper en zijn boeken wist ik al snel dat ik dit wilde gaan lezen. Ik zag meteen voor mij hoe de kamer gevuld stond met de drieduizend boeken, hoe de oude man er door heen schuifelde en kon de boekengeur bijna ruiken.  Het idee van het verhaal vond ik origineel en wekte mijn nieuwsgierigheid.

Hoewel de basis van het verhaal eenvoudig lijkt zit het vol met verwijzingen naar de boeken waaruit wordt voorgelezen en quotes van bekende persoonlijkheden. Dit kon ik wel waarderen, het wekte mijn nieuwsgierigheid naar sommige personen en/of verhalen. Maar ik kan mij voorstellen dat het ook kan afleiden en het verhaal wat rommelig wordt als je daar niet zoveel omgeeft. Ook ben ik zelf niet zo Frans ingesteld dus niet alle momenten (boeken of namen) die voorbij kwamen gaven herkenning.  Maar je leest daar ook wel makkelijk doorheen en dan houd je een mooi en warm verhaal over de liefde voor boeken ,verhalen en een ontluikende vriendschap.  De twee hoofdpersonages leren elkaar steeds beter kennen en hun vriendschap wordt intenser. Op het einde van het verhaal krijgt Grégoire een bijzondere opdracht die hij als laatste daad voor meneer Picquier gaat uitvoeren. Dit brengt een heel ontroerend einde  met zich mee.

De auteur drukt zich uit in mooie zinnen en wat hij schrijft leest prettig. Naast ontroering zit er ook humor in, de oude boekverkoper kan soms leuk uit de hoek komen en heeft best nog wel leuke plannetjes om op zijn manier wat leven in de brouwerij te brengen in de stoffige omgeving van het zorghuis. Door zijn charmes kan hij sowieso wel een potje breken daar dus dat komt goed uit. Met Grégoire als zijn ‘partner in crime’ kan hij dingen laten gebeuren die hij zelf niet meer kan doen.

Ik heb genoten van dit boek en ik vraag mij af hoe dit boek als luisterboek uit de verf komt. Als het gaat over verhalenvertellers moet het wel heel mooi kunnen worden voorgedragen.

 

 

 

 

” Tusk ” Koen van der Cruyssen

1496745110-TuskVLR978943652179/2020

Koen van der Cruyssen, uitgeverij Elikser

Koen van der Cruyssen is een auteur uit België die boeken schrijft met een maatschappelijke, filosofische en spiritueel tintje. In het persbericht werd dit boek neergezet als spannende roman. Dit in combinatie met bovenstaande heeft een bijzonder origineel verhaal opgeleverd.

Tusk is de naam voor een kamp op de Afrikaanse savanne. Het was jarenlang een populaire overnachtingsplek voor safaritoeristen. De Nederlandse miljardair Bob de Kort heeft het opgekocht en omgebouwd voor zijn televisie concept.  Het kamp  is verbouwd en ingericht met een complete televisiestudio en overal verborgen camera’s. Van hieruit is de uitzending gestart van ” Tusk”. Het eerste seizoen was al razend populair en hij spint op kandidaten voor het komende seizoen. Elke week worden twee bekende Nederlanders hier samengebracht en moeten ze drie dagen met elkaar doorbrengen. Bob is zelf aanwezig om gesprekken te leiden maar buiten de gesprekken om zijn de kandidaten op elkaar aangewezen. Naast Bob is er alleen een technicus aanwezig waar de genodigden geen contact mee mogen hebben. Bob zoekt uiteraard twee mensen die elkaar tegen polen zijn dan wel behoorlijk met elkaar overhoop liggen want dat is beter voor de kijkcijfers. De uitzending is 24/7 te zien op internet en op primetime is er een uitzending op de landelijke televisie.   Voor deze uitzending heeft hij actrice Silvia Soul en zakenman Gerard Daems benadert deel te nemen.  Gerard Daems had een ongelukkige uitspraak gedaan richting deze actrice wat per ongeluk een groter publiek bereikte. Hij kent Bob nog van vroeger en besluit al snel mee te doen aan het programma. Alles om zijn reputatie weer op te vijzelen.  Silvia heeft haar bedenkingen en besluit echter toch te gaan. Na uitleg van de spelregels door Bob begint het programma en is er geen weg terug. Dat het uiteraard heel anders zal gaan lopen dan in de planning is kan je als lezer alleen maar verwachten en op wachten. Gelukkig wordt het wachten beloont.

Hoewel het concept van Bob doet denken aan een combinatie tussen villa Felderhof en Big Brother ( voor de jeugdige lezers beiden onbekend maar dit waren televisie programma’s uit een grijs verleden waarbij in de eerste twee bekende uiteenlopende mensen gingen logeren bij presentator  Rik Felderhof en bij het tweede programma een groep mensen werd opgesloten in een huis en 24 uur lang werden gefilmd ), weet hij als programmamaker dat de kijker smult van dit soort verhalen. Verder is het een man die zijn zin weet te krijgen dus des te groter is zijn verbazing als de actrice Silvia in eerste instantie geen zin heeft in het reisje Afrika. Het karakter van Silvia blijkt niet zo lichtvoetig als beide heren denken en ze ontpopt zich als filosofische dame. Ze houdt een dagboekje bij met fragmenten en gedichten die ook voorbij komen in het verhaal. Bob probeert het echter zo te sturen dat zijn gasten de confrontatie opzoeken voor hogere kijkcijfers. Hierin schuwt hij niets en al snel blijkt hij niet helemaal eerlijk te spelen. De manier waarop Silvia en Gerard hierop in spelen is misschien een beetje voorspelbaar maar door de manier waarop de auteur dit beschrijft niet storend.

Het verhaal is goed omschreven, de spanningsopbouw is goed al zit er hier en daar wat vertraging in door de filosofische stukjes. Daar in tegen zijn die wel weer heel mooi en goed beschreven. Zo vergelijkt Silvia haar lichaam met een zandloper, Het hoofd bovenin en haar hart onderin. De hals van de zandloper is de doorstroom van vrede en berusting in haar hart. Hierover staat ook een gedicht en bespreekt ze dit samen met Gerard. Zo leren ze elkaar anders zien en proberen ze elkaar te begrijpen. Een originele wijze om de karakters op deze manier meer diepgang te geven in een, naar verhouding, krap aantal pagina’s.  Het is een mooie combinatie van diepgang en spanning.

In het persbericht staat dat het om een spannend boek gaat, dit in combinatie met de cover en de achterflap tekst sprak mij zeer aan. Op de achterzijde staat een  mooie foto van het oog van de olifant in close-up en na het lezen van het verhaal is de cover een goede keuze bij het verhaal. Het verhaal zelf telt slechts 135 pagina’s en als lezer wordt je gevangen in het verhaal en lees je het in een stuk uit.  Verder kon ik het niet nalaten op het nummer Tusk van Fleedwood Mac op te zoeken zodra dit in het verhaal ter sprake komt. Met deze muziek op de achtergrond gaf het net een beetje meer sfeer al was die ruim voldoende aanwezig door de goede omschrijvingen van de auteur.

Tusk was een aangename kennismaking met het werk van deze auteur.

 

 

 

 

 

 

” vergiskind” Lammy Vriesinga

Vergiskind.290219978943157323/2020

Lammy Vriesinga, uitgeverij Godijn Publishing

Lammy Vriesinga heeft als trainer bij de GGZ gewerkt.  Haar ervaringen in de psychiatrische hulpverlening heeft ze verwerkt in deze bijzondere debuutroman.

Een gewoon stadje ergens in het land. Een stadje met een park waar mensen samenkomen of juist even alleen willen zijn.  Ieder mens heeft zijn eigen bagage om mee te slepen. Mensen met een verleden, met tegenslagen, schulden en  verlangens. Ieder mens heeft zo zijn eigen overpeinzingen en problemen. Onbewust en bewust komen ze elkaar tegen en zullen deze ontmoetingen de basis zijn van een verhaal wat begint bij het vinden van een vondeling in dat zelfde park.  De baby wordt gevonden door een jonge vrouw die de hulp inroept van een voorbijganger.  De politie wordt gealarmeerd en ontfermt zich over het kind. Een onderzoek volgt en getuigen worden gehoord. Als lezer volg je dit van dichtbij en al snel denk je mee over wie het kind misschien te vondeling heeft gelegd en of het toeval is waar het is neergelegd of juist niet. Je gaat van het ene karakter naar het ander en valt zo in de persoonlijke verhalen van deze karakters.

Je leert  de personages kennen en de mensen met wie ze omgaan.  De een zit nog gecompliceerder in elkaar dan de ander en er komen veel (psychiatrische) problemen voorbij. Problematiek als ongewilde zwanger, ongewild kinderloos, je zwakbegaafd staande te houden in de maatschappij, misbruik, geweld, vooroordelen, pesten zijn er een paar om op te noemen. En dat is al best wel veel.  Je merkt dat de auteur over voldoende achtergrond informatie beschikt om al deze problemen geloofwaardig en goed op papier te zetten. Maar even bedacht ik mij of er niet teveel personages in de problemen zaten in dit ene verhaal. Is het niet een beetje overkill? Ik kan mij voorstellen dat er veel mis is in de maatschappij en veel mensen problemen hebben maar het is wel wat veel wat voorbij komt.  Je blijft van de ene verhaallijn in de ander rollen.

Maar de fijne vertelstijl , de toegankelijke woordkeuze en het tempo laten je echter geboeid doorlezen.  Het is ook best knap dat als je kiest voor zoveel personages je ze toch zo in het verhaal kunt weven zodat alles op zijn plaats valt. Alle lijntjes die deze personages met elkaar hebben worden ontrafelt en je houdt een verhaal over met een goed en doordacht plot.

Een mooi debuut!

 

“Kom Atir Kom ” Agnita de Ranitz

kom atir kom9789078905196/2020

Agnita de Ranitz, uitgeverij de Brouwerij

Agnita de Ranitz studeerde kunstgeschiedenis en egyptologie en was onder meer werkzaam in het Allard Pierson Museum te Amsterdam. In 2016 debuteerde zij met de roman ‘ De vrouw op het perron‘ .

Kom Atir kom’ is een historische verhaal dat vertelt over de voetreis in 1827 van Zarafa, de eerste giraffe in Frankrijk. Een geschenk van de pasja van Egypte aan koning Karel X. Voor haar boek deed ze veel research en volgde ze dezelfde route van Marseille naar Parijs. Ze reisde ook naar Kenia om giraffen in hun natuurlijke omgeving te observeren. Hierdoor kon ze het gedrag van Zarafa goed beschrijven.  Achterin het boek zijn noten en bronvermeldingen vermeld die zij gebruikt heeft.

Etienne Saint-Hilaire is zoöloog. Hij krijgt de opdracht om Zarafa, de giraffe, ongeschonden naar Parijs te brengen. Een uitdaging die hij graag, ondanks zijn niet geheel fitte gezondheid, aanneemt. Hij heeft nog nooit een giraffe in het echt mogen aanschouwen en kan niet wachten tot hij het dier ontmoet. Na een lange voorbereiding gaat de reis eindelijk van start. Een voettocht van Marseille naar Parijs die onderweg behoorlijk wat bekijks heeft.  Zarafa is per boot vertrokken vanuit Egypte met haar begeleider Atir. Atir is voormalig slaaf, afkomstig uit Soedan, moslim, arm en ongeschoold en zwart. De tegenpool van Etienne. Etienne is al behoorlijk bevooroordeeld voordat hij Atir ontmoet.  Na een periode in Marseille gaat de reis in het voorjaar van 1827 eindelijk van start richting Parijs. Een reis van 880 kilometer die 42 dagen zal duren. Een reis waar Etienne en Atir elkaar beter leren kennen en leren waarderen. Waar vooroordelen misschien voorzichtig kunnen worden afgebroken omdat beiden heren hetzelfde doel voor ogen hebben. Om Zarafa zo veilig mogelijk te begeleiden.

Het reisverslag is chronologisch op papier gezet in een dagboekvorm. Fragmenten vanuit het perspectief van Etienne maar ook vanuit Atir. Hierdoor krijg je een kijk vanuit twee heel verschillende standpunten wat de periode van toen goed weergeeft. Met name over de belevingswereld van beide karakters en hun vooroordelen jegens elkaar en waar ze vandaan komen. Ook zijn er brieven vermeld die Etienne naar zijn vrouw Hilaire schrijft, wat een prettige en goede aanvulling geeft aan het verhaal.

De cover is al bijzonder en trok meteen mijn aandacht. In het boek zijn ook een aantal afbeeldingen gebruikt. Van bijvoorbeeld een lithografieën en een cartoon. Dit hadden er van mij wel meer mogen zijn maar misschien waren die gewoon niet beschikbaar.
Het is een bijzondere vertelling die heerlijk wegleest.  Het geeft een compleet beeld van die periode in de geschiedenis en deze reis in het bijzonder.  Verder is het boek ook compleet, een mooie vormgeving, een mooie cover, een prettige leesletter en duidelijke lay-out.

Als ik begin aan een historische roman ben ik altijd bang te verzanden in langdurige en soms saaie omschrijvingen of dat het meer naar een non-fictie geschiedenisboek neigt. Gelukkig is dat bij dit boek op geen enkel vlak het geval.  De auteur weet de lezer te boeien van begin tot het einde en je zou willen dat jezelf heb mee mogen reizen met Zarafa en haar begeleiders.

 

 

 

 

 

 

“de tafel van Tarzan” Xander Jongejan

92000000903151259789402171938/2018

Xander Jongejan, selfpub / Brave New Books

Xander Jongejan publiceerde in 2017 de dichtbundel wat zijn de bananen duur  en een jaar later (2018) zijn debuutroman ‘de tafel van tarzan Via een oproep op sociale media kwam ik terecht bij het initiatief selfpubcafé . Hier kunnen selfpubbers hun boek onder de aandacht brengen en lezer het boek ‘lenen’, lezen en bespreken. Zo kwam ik deze titel tegen en mede door de intrigerende cover en goede berichten wilde ik deze graag lezen en was blij toen hij in de mijn brievenbus terecht kwam. Niet alleen de cover kon mij boeien maar ook de bijzonder titel en na het lezen zeker ook het verhaal. Alles viel op zijn plaats, zowel de paraplu als de  titel. Het verhaal heeft mij weten te boeien van begin tot einde.

We maken kennis met Robert en zijn ouders. De relatie tussen het kind en de ouders is verstoord, verknipt en bijzonder. Robert groeide op in een ongezond gezin. Zijn moeder was lichamelijk aanwezig maar bemoeide zich nergens mee, ze was ziek, zat het liefst in haar stoel voor de televisie chips te eten. De vader was een sadist en trad op met harde hand, denkend alleen aan zichzelf en niet aan het verdriet wat hij zijn zoon aandeed. Robert werd geestelijk verwaarloosd en de gezinsleden lijken veel meer met zichzelf bezig dan met de ander. Bij zijn oma  kan Robert wel meer zichzelf zijn maar de troost vinden bij zijn ouders lukt niet. Wel bij de kat Tarzan van de buren maar troost van een dier is niet voor altijd.

Als het verhaal begint lees je meteen dat er een vreselijke gebeurtenis heeft plaats gevonden met de zoon maar wat blijft nog in het ongewisse. Vervolgens kom je als lezer in een verstikkende vertelling terecht waarin het perspectief wisselt tussen vader en zoon. Ze halen herinneringen op aan de afgelopen tijd. De vader over de kennismaking met zijn vrouw, het begin van hun huwelijk en hoe het verlangen naar elkaar overging in walging van haar kant en hunkering van zijn kant, over hoe de vader zijn zoon zag opgroeien en soms niets van hem begreep. Daarnaast de herinneringen van de zoon die de liefde van zijn ouders moest missen, op zijn tenen moest lopen en in angst opgroeide. Hoe hij troost vond bij Tarzan en hoe zijn oma er voor hem probeerde te zijn maar wel haar eigen ziekte niet wilde benoemen om hem niet lastig te vallen. Hoe alle ellende tot een climax kwam en hoe ze allebei eigenlijk bleven zoeken naar liefde en erkenning maar in hun zoektocht verder verwijderd raakte.

Het is een mooie vertelling. Ik heb bewondering voor auteurs die met weinig woorden en weinig opsmuk een verhaal weten te vertellen. Die hebben geen dik boek nodig met ellenlange hoofdstukken. Nee, gewoon een pagina of 146, een dertigtal korte hoofdstukjes met duidelijk taalgebruik. Hier en daar wat rauw maar het komt bij je binnen en daar gaat het om.
De hoofdstukken wisselen dus van perspectief waarbij vader en zoon , zoals gezegd, herinneringen ophalen. Is het rechtstreeks aan elkaar of mijmeren ze voor zich uit, dat was mij niet even duidelijk maar dat is voor de essentie van het verhaal ook niet nodig.  Beiden worstelen ze met hun eigen versie van het verhaal en dat is mooi gedaan. Je zou immers verwachten dat je door het ene verhaal een hekel krijgt aan degene die het ondervindt maar door juist ook de andere kant te belichten ga je toch die mening weer herzien. De titelverklaring gaf mij kippenvel net als er achter komen waarom gekozen is voor de paraplu op de voorzijde . En h oewel het niet goed valt te praten als je uiteindelijk leest wat die vreselijke gebeurtenis is die heeft plaatsgevonden kan je er toch sympathie voor hebben op een bepaalde manier. Als een auteur dat gevoel bij de lezer teweeg kan brengen is dat een prestatie en daar kan je hier zeker van spreken !

Ik heb genoten van dit mooie verhaal en al is het een al wat oudere titel hoop ik toch dat het zijn weg nog gaat vinden naar een groot publiek .