recensie ” de pompoenprins en andere mooie sprookjes uit Italië ” Cristina Oliva, Cristina Carini en Anna Maria Colantoni

4 pompoenprins9789493265035/2022 vertaling:  Jen Minkman, illustraties en kaftontwerp : Mariska Maas,  uitgeverij Dutch Venture Publishing ” de pompoenprins ” is een klein bundeltje met vier sprookjes vertaald vanuit het Italiaans. Volgens de leeftijdindicatie/genre t fictie 7-9+ zijn. Het wordt uitgegeven op a5 formaat met een hard kaft. ( Ik zelf las een digitale versie voor mijn recensie). We gaan van start met een sprookje van Cristina Oliva ” de pompoenprins ” , tevens de titel van het boek. Prins Kevinick kent veel angsten. Zoveel angst dat zijn hart hard is geworden. Hard als een pompoen. Hij heeft wel veel liefde om te geven maar hij is bang dit te ontvangen en denkt zich veilig terug te trekken in zijn paleis. Dan komt er een geest op bezoek die hem in een echte pompoen verandert en de vraag is of hij nog gered kan worden en weer kan leven als prins. Een vleugje magie, een wijze les, ingrediënten van een sprookje ( *sprookje is van oorsprong een volksverhaal waarin vaak magie een rol speelt, vaak een levensles of wijze raad bevat en de fantasie van de lezer prikkelt) dit dit verhaaltje zeker bevat. Het leest lekker weg en hoewel erg voorspelbaar ( zoals de meeste sprookjes ) leuk om te lezen. Gezien de doelgroep is de voorspelbaarheid wel zo prettig en sluit het prima aan bij de leeftijd van 7+. Cristina Carini is de auteur van de volgende twee verhaaltjes: ” het verhaal van Brando en het verhaal van Doson”. “Het verhaal van Brando ” gaat niet zozeer alleen over de straatkat Brando maar ook over het vogeltje Soep, Elia, de zevenjarige Guinevere en wat muizen. Als de burgemeester kwaad wil en alle dieren weg wil hebben die los op straat lopen besluiten ze de hulp van elfjes in te roepen. “het verhaal van Doson” gaat over de duif Doson. Zijn overgrootvader was een beroemde postduif tijdens de Eerste Wereldoorlog maar nu worden de duiven alleen maar als vervelend en overbodig gezien. Zo erg zelfs dat er vergif wordt gestrooid om ze weg te krijgen. Wat er dan gaat gebeuren kan ik niet spoiler-vrij vertellen maar de duiven laten het niet zomaar gebeuren. Beiden verhaaltjes vond ik niet het niveau van het eerste verhaaltje hebben. Ik denk ook dat het beter geschikt is voor een wat jonger publiek. Met name het eerste verhaaltje over elfjes en de wat meer kinderlijke verteltoon. Daarnaast vind ik de verhalen wat op elkaar lijken. Niet alleen qua vertelstijl, wat je kan verwachten daar het dezelfde auteur is maar ook vanwege de boodschap van het verhaal. Het laatste verhaaltje is van Anna Maria Colantoni en heet ” een middag in het circus” waarin Lillo met zijn opa en oma naar het circus gaat en het heel erg naar zijn zin heeft. Na dit avontuur wil hij als hij groot is dompteur worden en met dieren werken. Die nacht droomt hij van alle dieren die hij zag maar ze waren niet in een circus en dat doet hem de ogen openen. Ook dit is een verhaaltje voor een wat jonger publiek. Het zou geschikt zijn om voor te lezen aan kinderen van 5 tot 7 jaar.  Het is een leuk verhaaltje met kinderlijke verteltoon. Door de boodschap in het verhaal zwicht het vrolijke jongetje in een moraalriddertje maar dat is hem vergeven. Het lijkt even dat hij zich tegenspreekt maar aan de andere kant is de naïviteit van een jong kind en de felheid om iets goed te doen hier in terug te vinden. En met zo’n duidelijke boodschap waarin heel duidelijk goed en fout wordt uitgelegd is hem dat vergeven. Het is een vermakelijk leesboekje met vier korte verhalen die ik dus eerder zou voorlezen aan een wat jongere doelgroep van 7-9+. Voor die jongere kinderen is het om zelf te lezen denk ik wel pittig al ligt het heel erg aan het kind.  De verhaaltjes worden voorzien van leuke en grappige illustraties van Mariska Maas die goed bij de teksten passen.

Recensie: “Thirsa en het spookvliegtuig” Connie Mitchell

download (8)9789020622591/2021

Connie Mitchell, illustraties Jeska Verstegen, uitgeverij Kluitman

“Thirsa en het spookvliegtuig “ is het eerste boek van Connie Mitchell. Dit is een pseudoniem opgebouwd uit het koosnaampje van een Lockheed Constellation vliegtuig die Connie werd genoemd en van de B-25 Mitchell. De auteur zelf ook piloot heeft zo haar passie voor vliegtuigen en vliegen mooi verwerkt. Niet alleen in haar auteursnaam maar ook in dit avontuurlijke kinderboek.  Connie Mitchell is sinds 1991 piloot en vliegt nog steeds. In 2016 volgde ze een opleiding aan de schrijversacademie en dit is dus haar kinderboekendebuut.  Ze houdt niet van stereotypen en daarom is de hoofdrol, het meisje Thirsa een stoere meid die het voortouw neemt en vliegles krijgt.

Thrisa gaat graag naar haar oma toe. Dat oma vergeetachtig wordt maakt haar niet uit want ze is lief, vrolijk en Thirsa kan altijd met haar lachen. Iets wat ze graag met haar oma doet. Maar als oma verteld over de Tweede Wereldoorlog wordt ze heel verdrietig. Ze verteld het verhaal over een geheime kamer en dat ze daar een piloot had verstopt. Omdat oma zo vergeetachtig is weet Thirsa niet wat ze van dit verhaal moet geloven en gaat met haar vrienden Joep en Eric op onderzoek uit. Ze stuiten niet alleen op de verborgen kamer maar ook op een magisch tekenblok wat alles een andere wending geeft.

Korte hoofdstukken, een prettige dikke leesletter en hier en daar onderbrekingen van zwart/wit illustraties maken het tot een vlot lezend geheel. De vertelstijl is pakkend en doordat de hoofdrollen door een stoere meid en twee jongens worden uitgevoerd is het voor alle kinderen, vanaf een jaar of acht á’ negen, die van avontuurlijke verhalen houden, prettig om te lezen. Naast vriendschap waarbij je vertrouwen in elkaar moet hebben gaat het ook over er voor elkaar zijn en op elkaar kunnen bouwen.

Het onderwerp voor het verhaal, herinneringen van een oma aan de Tweede Wereldoorlog,  lijkt niet zo origineel qua opzet aan het begin maar krijgt, zoals gezegd, een heel andere twist. Eén waarvan ik dacht het past bij de leeftijdsgroep maar zelf moest ik wel even schakelen. Verder zit het verhaal goed in elkaar. Zonder iets van het verhaal verder weg te geven wil ik toch even laten weten dat de verschillende ‘werelden’ goed bij elkaar komen, het verhaal loopt vlekkeloos in elkaar over en het is knap dat de auteur dit vloeiend op papier heeft weten te zetten.

Na het boek gelezen te hebben is mijn conclusie dat het  een bijzonder originele manier is om het avontuurlijke van het verhaal met een bijzonder stuk geschiedenis te combineren.

Ik besprak dit boek voor “Kinderboeken&Young Adult” , kinderboekenblog /facebookgroep

” kunnen vogels niezen ? ” Katrijn DeWit

kunnen vogels niezen9789463832762/2021

DeWit, Rylant & Bergans , uitgeverij Pelckmans

Auteur  Katrijn DeWit, illustrator Inge Rylant en vormgever Laura  Bergans hebben wederom een leuk boek gemaakt in de serie “ wijze weetjes “. Na de titels: “komt oude kaas van oude koeien”,  “ kunnen bergen krimpen “ en “ mag je haaien aaien “  is er nu “ kunnen vogels niezen”.

Wijze weetjes is een serie die wil verwonderen, verbeelden en verwoorden. Zoals staat op de achterzijde van het boek. En ik denk dat dat met deze serie boeken goed lukt.

Dit keer dus een boek vol vogelweetjes. Heb je altijd al willen weten of een specht hoofdpijn krijgt van het tikken, of een kolibrie achteruit kan vliegen, of papegaaien meerdere talen kunnen spreken en of die vogels kunnen niezen ? Dan vind je nu de antwoorden, samen met nog zes prangende vragen.

Het boek is leuk vormgegeven. Het is een hard kartonboekje. Hierdoor werd ik even op het verkeerde been gezet denkende dat het voor wat jongere kinderen zou zijn. Maar al lezend besef je dat het juist voor middenbouw interessant is vanwege de weetjes. Doordat het boek uitnodigt veelvuldig door te bladeren is dan de keuze voor het hard karton weer slim omdat het boek dan tegen een stootje kan.

De indeling is speels en aantrekkelijk.  Eerst tref je een grote vraag aan de linkerzijde en vind je het antwoord aan de rechterzijde waarvoor je eerste een flap moet omslaan. Hierdoor kan je even zelf een antwoord ( met je kind) verzinnen voor het omslaan. Vervolgens krijg je een heel fantasierijk antwoord en daarna het weetje ‘hoe het eigenlijk echt zit’. Met uiteraard een mooie, frisse illustratie van desbetreffende vogel. Het boek bevat naast deze grote, eenvoudige maar wel kleurrijke illustraties, humor en je steekt er ook nog wat van op !

” het geheim van het oude strandhuis ” Isolde Boers

Het-geheim-van-het-oude-strandhuis-original9789492585899/2021

Dutch Venture Publising

Isolde boers heeft altijd een zwak gehad voor sprookjes, fantasie en magie. Al op jonge leeftijd kon ze zichzelf verliezen in verhalen en het is niet zo verwonderlijk dat deze ingrediënten in haar jeugdboek terug te vinden zijn. Het valt binnen het magisch realisme. ( Dat is een richting in kunst waarin een poging wordt gedaan om de werkelijkheid te verbinden met een andere werkelijkheid. )  Met haar verhaal hoopt ze de fantasie van kinderen te prikkelen en ze te inspireren om hun dromen achterna te gaan.  Dat eerste zal zeker gebeuren met dit verhaal.

Het verhaal :  Op een dag krijgt Chiara een brief van ene Quentin Q. Hij nodigt haar uit om naar Cornwall af te reizen en bij hem te komen logeren in zijn oude strandhuis in St. Ives . Hij schijnt een doos met spullen voor haar te hebben die zij persoonlijk op moet komen halen.  Chiara vindt het maar een vreemd verhaal. Zij kent Quentin Q niet, eigenlijk niemand in Cornwall, en om dan alleen af te reizen en te gaan logeren bij een vreemde man? Haar (adoptie-) ouders lijken meer te weten maar zeggen haar ook dat ze persoonlijk de spullen in ontvangst moet gaan nemen. Zij besluiten haar af te zetten en zelf een weekje vakantie te houden en ten alle tijden bereikbaar te zijn. Aangekomen bij Quentin Q  is daar ook zijn neefje Paul. Een spontane jongen van haar leeftijd die niets liever met haar wilt uitzoeken wat de connectie is van Chiara en zijn oom. Wat er in de doos zit en wat deze dingen te betekenen hebben. Tel daar nog even een mysterieuze kat ( met de naam Pudding) erbij op, geheimzinnige briefjes en een huis wat lijkt te leven in een omgeving waarbij legendes als de mermaid of Zennor,  Lyonesse en Atlantis tot de verbeelding spreken en je hebt een verhaal vol avontuur wat zeker tot de verbeelding spreekt !

“het geheim van het oude strandhuis “ speelt zich af in Cornwall, Groot Brittannië. Een plaats waar de nodige mythes en legendes zijn die zich prima lenen om verwerkt te worden in dit verhaal.  Je merkt dat de auteur de nodige research heeft gedaan naar Lyonesse, mermaid of Zennor, Atlantis en de omgeving waar het verhaal zich afspeelt.  Al lezende heb ik een aantal van die verhalen en plaatsen opgezocht en dan is het leuk dat het gewoon ook klopt. Nu zal de gemiddelde jeugdige lezer dit niet doen en het voor lief nemen maar liefhebbers van legendes en mythes zullen die research zeker waarderen.

Chiara is geboren in  Cornwall maar al snel naar haar geboorte geadopteerd  en daardoor geen contact meer met haar biologische familie. Wel ontvangt ze elk jaar een kaart rond haar verjaardag en nu dus een uitnodiging om naar Engeland te komen. Leuk vond ik dat ze zelf twijfelde om te gaan dat maakte haar karakter menselijker en realistischer. Geen dolle tiener die zich zo in een avontuur stort.

Aangekomen in Engeland is er de ontmoeting met de chauffeur van Quentin die zich voorstelt als ‘ Hi, ik ben Robert, the driver ‘ en maakt huishoudster Susan de opmerking ‘ Hi dear, you just be Chiara ‘, tenenkrommend slecht Engels. Ik was even bang dat deze karakters hiermee door zouden gaan, reden voor mij om het boek aan de kant te leggen, maar gelukkig gaat het verhaal door in het Nederlands.  Naar mijn idee had het verstandiger geweest deze zinnen gewoon in het Nederlands te zetten.

De rest van het verhaal is dus goed passend bij het taalgebruik van jeugdige lezers vanaf ongeveer 10 jaar.  Vlotte lezers vanaf 8 die van fantasy verhalen houden zouden het ook wel kunnen lezen maar er zijn wat krantenartikelen verwerkt in  het verhaal die toch wat lastiger zullen zijn om te lezen voor die leeftijd. Chaira en Paul passen qua beleving ook prima bij de doelgroep van 10-12 jaar. Hierdoor zullen de lezers veel plezier hebben aan het verhaal.

De verwijzingen naar de oude legendes en naar het werk en leven van de biologische ouders van Chiara zijn subtiel en goed in het verhaal verwerkt. De vader van Chaira deed onderzoek naar onder andere verloren gewaande steden als Atlantis en Lyonesse.  Wat dit betekende voor het hier en nu voor Chiara komt de lezer samen met haar te weten als verder het verhaal gaat.  Prima gedoseerd.

De tomeloze fantasie van de auteur zelf springt van de pagina’s af. Ik denk dat zij zelf met heel veel plezier in het oude strandhuis zou willen verblijven. Door terug te vallen op de oude, reeds bestaande legendes, zou je in de valkuil kunnen vallen en geen origineel verhaal neer zetten. Gelukkig is dat hier niet het geval. Het heeft een geheel eigen en originele wending gekregen.  Een leuk gegeven met een lekker verteltempo.  Persoonlijk hadden de details voor mij iets minder gemogen  ( en dat Engels weggelaten ) maar dit is een heel kleine kanttekening.

“het geheim van het oude strandhuis “ is voor mij een geslaagd kinderboekendebuut.

Deze recensie is onderdeel van de blogtour omtrent deze titel. Zie hieronder voor de andere bloggers die hieraan mee doen : 220754778_2923363077919964_6857570273865765034_n

” Liam en de monsters ” Kris Humphrey

liam en de monsters9789020674699/2021

Krish Humphrey, Pete Williamson, vertaling Merel Leene, uitgeverij Kluitman

Kris Humphrey heeft verschillende beroepen gehad , waaronder die van boekverkoper, en reisde graag. Daarnaast is hij altijd blijven schrijven.  Hij schreef  de vierdelige fantasy serie “Guardians of the Wild” voor de wat oudere jeugd en nu is er de serie rond Liam en zijn monsters. Voor lezers vanaf acht jaar die wel van een spannend fantasy avontuur houden.

De illustraties zijn van Pete Williamson. Hij is een kunstenaar en illustrator. Hij heeft onder andere boeken van Matt Haig en Guy Bass geïllustreerd. Hij heeft een zeer herkenbare tekenstijl en weet de figuren uit dit verhaal goed neer te zetten.

Liam leeft in een kleine gemeenschap, omringd door een gevaarlijk woud. Een woud vol levensgevaarlijke beesten. Niemand gaat daar heen, daarom staat er ook een hoge muur tussen het dorp en het woud. De mensen in het dorp doen allemaal hun eigen taak. Als je negen jaar oud bent krijg je een brief. In die brief staat wat de komende twee jaar jouw taak zal zijn. Liam verwacht een simpel baantje en het liefst in het archief bij zijn vriend Jacob. Hij was immers goed in lezen en schrijven dus daar zou hij goed op zijn plaats zijn. Het pakt echter heel anders uit. Als hij zijn brief open maakt staat er alleen het woord ‘ topgeheim’.   Dan komt het dorpshoofd binnen om Liam naar zijn taak te brengen.  Liam is de nieuwe leerling geworden van de Wachter.  De Wachter heeft als taak de mensen uit het dorp te beschermen tegen de monsters uit het woud.  Liam moet zijn eigen angsten zien te overwinnen en gaat met katapult, magische stenen en een kaart het woud in voor zijn eerste missie : de gevreesde goorhoorn tegenhouden zodat hij niet te dicht bij het dorp komt.

Bij het zien van de cover en de titel dacht ik al dat dit een superleuk boek moest worden. De illustraties van Pete Williamson herkende ik al meteen. Die was ik al eerder tegen gekomen bij een boek wat ik nog niet zolang geleden las van Guy Bass. Zijn  illustraties straling spanning uit en zijn wat duister maar vaak toch ook wel met een grappige kanttekening en vol details. Ze sluiten goed aan bij het verhaal en bij de leeftijd van de lezers van achtplus. Niet kinderachtig maar zeker niet te gruwelijk. Dankzij deze illustraties komen het vliegende wezelmonster en de goorhoorn bijna tot leven.

Het verhaal zelf is geschreven in korte en duidelijke zinnen met prima woordkeuze en lettertype. Qua woordkeuze zit er genoeg leesuitdaging maar door het tempo en spannende avontuur zal dit niet afschrikken bij de kinderen die met lezen wat meer moeite hebben. Het is grappig en spannend tegelijk. Zowel qua tekst als de combinatie met de illustraties.

Verder is het gegeven van een Wachter die monsters te lijf moet gaan ook prima basis voor een leuke, spannende en avontuurlijke kinderserie. Inmiddels zijn er in Engeland al vier delen uit en ik hoop dat die in Nederland ook zullen volgen want na het lezen van dit avontuur wil je echt meer weten over Liam en welke monsters hij nog meer kan gaan tegenkomen.

Ik besprak dit boek eerder voor  ‘ Kinderboeken & YA ‘ . Het sluit trouwens ook prima aan bij het kinderboekenweekthema  voor 2021  “worden wat je wil ” , De kinderboekenweek 2021 is van 6 tot en met 17 oktober.

” de nep vampier ” Sophia Drenth

drenth9789463967976/2021

Sophia Drenth, illustraties Shanna Paulissen, uitgeverij Hamley Books

Sophia Drenth is auteur van dark-fantasy voor volwassenen en bij de liefhebbers van dat genre is zij bekend als een schrijfster die zichzelf 200 procent geeft om haar verhalen gestalte te geven. Als geen ander weet ze haar karakters tot leven te brengen in de meest originele en gruwelijke setting. Ze schreef ( en gaf in uit in eigen beheer) de serie Bloedwetten en een aantal aanverwanten novellen. Ze had echter al die tijd al een opzet voor een jeugdboek en na al die jaren pakte ze het manuscript weer op en vond een uitgever. Met als resultaat haar debuut als kinderboekenauteur. Zelf heb ik al haar boeken voor volwassenen gelezen en was dus heel benieuwd naar dit verhaal. Zou het aansluiten bij de leeftijd van de lezer en zou het niet te eng zijn ?

‘De nepvampier ‘is het eerste deel ( yoepie er komen er meer ! ) uit de serie  ‘de bloedstollende avonturen van Vladimir von Rotenbeck ‘. De mooie harde kaft heeft een geweldig mooie en klassieke uitstraling. Een donker kasteel met vleermuisjes en het geheel doet aan alsof het boek zo uit de stoffige bibliotheek van dat kasteel komt.

De 33 korte hoofdstukken zijn genummerd en voorzien van titel met als achtergrond een illustratie van een volle maan. Door het boek zitten trouwens heel mooie illustraties van Shanna Paulissen. Het geeft wat extra’s aan het verhaal wat trouwens heel beeldend is geschreven. Ik had het gevoel in een Tim Burton film rond te lopen.

Onze hoofdpersoon is Vladimir von Rotenbeck, telg uit een vampiers gezin. Maar hoewel zijn familie uit klassieke vampiers bestaan is Vladimir een uitzondering. Zijn zussen noemen hem een nep-vampier. Want als hij bloed drinkt wordt hij ziek, doodziek. Zijn darmen gaan rommelen, hij krijgt pukkels en zijn kladden beginnen spontaan te jeuken. En hiervoor schaamt hij zich diep. Zijn familie is radeloos want het is natuurlijk wel een schande voor de familie tegenover de rest van de inwoners van het plaatsje Knekelstein. Een dorpje waar trouwens allerlei soorten monsters en griezels wonen. Zijn moeder sleept hem naar dokter Snijgraag maar die weet ook geen oplossing. Vladimir wil zo graag dat zijn moeder trots op hem is en hij zweert dat hij op de Nacht der Doden bloed kan drinken. Hij gaat dus op zoek naar een kuur om van zijn probleem af te komen. Al zoekende komt hij Naswikka tegen, een waarzegmeisje. Ze voorspelt hem dat er een vampierjager op weg is naar Knekelstein met maar een missie en dat is alle vampiers uit te roeien. En dat is dan wel even een groter probleem dan zijn bloed allergie.

Sophia Drenth heeft een heerlijk boek geschreven. Het is spannend en gruwelijk maar vooral ook heel luchtig geschreven met een flinke scheut humor. Een prima combinatie.

Een goede spanningsopbouw waarbij het ene monster na het ander langs komt. Hier en daar wat over de top maar dat mag bij een kinderboek. Omdat Vladimir zo anders is dan de rest van zijn familie brengt dit grappige situaties met zich mee, want zeg nu zelf een vampier die allergisch is voor bloed en verplicht tomatensap moet drinken? Dat is vragen om vreemde situaties, zeker met de bewoners van dit aparte, duistere dorpje. Daarnaast, monster of niet, speelt vriendschap een grote rol in het verhaal. Net als familiebanden, je veilig kunnen voelen en mogen zijn wie je bent.

Kinderen die van spannende fantasy verhalen houden zullen dit boek geweldig vinden en net als ik balen dat het zo snel uit is. Het leest lekker snel weg en juist die combinatie van eng met humor maakt dat het prima geschikt is voor de ‘tere kinderzieltjes’ vanaf een jaar of 9 á 10 jaar oud. Waar Paul van Loon stopt gaat Sophia Drenth door .

Kom maar op met een nieuw avontuur !

Ik besprak dit boek eerder voor de site Kinderboeken & y.a daarnaast sluit het ook aan bij het thema van de kinderboekenweek “worden wat je wilt “, dit zou je immers ook kunnen doortrekken naar het thema ‘jezelf zijn’ ..

De kinderboekenweek 2021 is van 6 tot en met 17 oktober.

“Miro & Tesla kiezen een beroep” Aby Hartog

miro en tesla9789491707278/2021

Tekst Aby Hartog, illustraties Herma Starreveld, uitgeverij Menuet

Aby Hartog heeft al meer dan twintig titels op zijn naam staan en is behalve schrijver ook illustrator. Hij schrijft  naast verhalen, gedichten en novellen voor kinderen ook non-fictie. Al eerder konden we kennis maken met broer en zus Milo & Tesla in het boek  Miro & Tesla doen alsof.  Dit keer kiezen ze een beroep, gelukkig om te proberen en doen ze alsof want sommige beroepen zijn wel heel bijzonder.

Miro & Tesla zijn twee ondeugende jonge kinderen met heel, heel veel fantasie. Als hun ouders vragen wat ze later voor beroep ze willen gaan uitvoeren worden ze aan het denken gezet. Ze beginnen als beroepenverzinner en gaan daarna van start met het bedenken van meer dan twintig beroepen die ze uiteraard moeten oefenen of ze het wel leuk vinden. Als hun vader en moeder hadden geweten dat de kinderen zo enthousiast te werk zouden gaan hadden ze zich nog wel even achter de oren gekrabbeld. Want het oefenen wordt heel serieus genomen en als je dan als brandweerman, bejaardenverpleger, chirurg of goochelaar aan de gang gaat brengt dat toch vreemde situaties met zich mee. Niet zo leuk voor papa en mama maar des te leuker voor de lezertjes. Wat het zijn stuk voor stuk grappige verhaaltjes geworden.

De zesentwintig voorleesverhaaltjes zijn lekker kort  en grappig. Het zijn stuk voor stuk fijne stukjes om voor te lezen. Je ziet de hectische avonturen van de kinderen voor je terwijl je leest. De korte dialogen lenen zich prima om met verschillende stemmetjes voor te lezen.  Waarin je lekker kunt overdrijven.

De illustraties van Herma Starreveld zijn net zo leuk als de verhalen. Er is bewust gekozen voor zwart/wit met hardroze accenten. Dezelfde kleur als de cover en de titels van de verhalen. Ze sluiten goed aan bij de verhalen en door deze kleurkeuze en layout is het een ‘rustig’ boek wat je prettig leest en bekijkt. Een eigenwijze en originele tekenstijl, net zo eigenwijs als Milo & Tesla.

Een boek vol verhaaltjes waarbij de fantasie de vrije loop mag nemen, want naast serieuze ‘echte ‘ beroepen komen er ook verzinners, kiezers, bedenkers en gedachtelezers langs. Er zijn natuurlijk veel meer beroepen dan in dit boek staan, wie weet komt er nog een vervolg want je bent zeer benieuwd hoe de kinderen deze in zouden invullen. Het verleggen van grenzen in combinatie van kinderlogica, waarbij zaken nogal letterlijk genomen worden blijkt in dit boek een succesformule.

Het sluit trouwens ook prima aan bij het kinderboekenweekthema  voor 2021  “worden wat je wil “en leent zich ideaal om in de klas een beroep te introduceren.

Ik besprak dit boek eerder voor Boekenbijlage

De kinderboekenweek 2021 is van 6 tot en met 17 oktober.

“Dwars & Co ” Rico Hop en Bas Schel

dwars en co9789401471008/2021

Rico Hop & Bas Schel , uitgeverij Lannoo

Rico Hop is songwriter, auteur en medeoprichter van een bedrijf dat mediaconcepten bedenkt en uitwerkt zoals bijvoorbeeld tv-formats en radio-items. Toen hij zo’n vijftien jaar geleden zijn eerste eigen huis kocht kreeg hij al snel het idee dat er kleine wezentjes in zijn huis moesten wonen die zijn lampen kapot maakten, de kranen lieten lekken en heb nog meer pech bezorgden. De avonturen van deze dwarsliggertjes vind je terug in dit boek.  Naast een hilarisch verhaal zitten er heel veel tekeningen in gemaakt door Bas Schel, een veelzijdig illustrator.

Een supergrappig en avontuurlijk verhaal dus over de dwarsliggers. Zij werken voor het bedrijf Dwars & Co en hebben als enige doel het leven van mensen behoorlijk zuur te maken. Ze krijgen training in het pesten en veroorzaken van ‘toevallige’ gebreken in het huis ( koud water, wc papier op) kortom ze zorgen dat het de mens goed tegen zit.  Mensen denken dat dat ze ‘toevallig pech ‘hebben maar na het lezen van dit verhaal denk je dat niet meer. Wie zijn deze wezentjes en waarom is hun enige doel het leven van mensen zuur te maken ? Zodra je dit boek gelezen hebt heb je hier antwoord op.

Een lekker dik boek met als doelgroep jongens en meiden vanaf een jaar of zeven maar om voor te lezen ook helemaal geweldig. Grappige illustraties en veel woordgrappen maken het een feestje om te lezen. ( of voor te lezen) . De dwarsliggers hebben namelijk ook hun eigen benamingen voor bepaalde gereedschappen en eigen uitvindingen om hun werk makkelijk te maken . Denk aan bijvoorbeeld een andereplekzetter, een smurriemaker, een wegrammer, een husselfrussel, een vlekkenlekker of een zoetedroomkweker.

Daar de dwarsliggers chaotisch zijn en er overal een rommel van te maken is het fijn dat er gekozen is voor een wat grotere leesletter en dat de indeling tekst/illustraties goed ingedeeld is. Ze zijn niet door elkaar heen gezet maar lossen elkaar af zodat het rustig leesbaar is. Verder is het niet alleen keet trappen door de dwarsliggers maar is er ook ruimte voor thema’s als onzekerheid, spanning, bang zijn, doorzetten en vriendschap in het verhaal verwerkt. Subtiele boodschappen in een hilarisch verhaal! Een prima combinatie.

Ik vond het jammer dat het boek zo snel uit was. Was na het lezen wel mijn sleutels kwijt en dacht meteen zou er hier misschien ook een dwarsliggertje rondsluipen? Kortom ik had nog wel meer dwarsliggers perikelen willen lezen. En wie weet binnenkort te zien want er staat een theatervoorstelling in de planning. Benieuwd hoe ze dat gaan brengen.

“de toch niet zo eenzame tocht van Torre”

torre9789090335933

Annakarijn Overduin & Bern Beenhof 

Annekarijn Overduin deed op haar elfde mee aan een opstelwedstrijd waarbij kinderboekenschrijfster Miep Diekman haar fantasie prijsde. Dit was voor haar de trigger om te bedenken dat ze ooit een kinderboek zou gaan schrijven. Ze studeerde kunstgeschiedenis, schreef teksten voor tentoonstellingen en ontwikkelde speurtochten in musea.  Dit is haar debuut als kinderboekenschrijfster.

Bern Veenhof is een echte verzamelaar en ze heeft een huis vol gekke, mooie en bijzondere voorwerpen. Voorwerpen die zij ook in haar werk kan gebruiken. Ze heeft al eerder twee boeken uitgebracht maar dit is haar debuut als illustrator. Illustrator van wel heel bijzondere kunstwerken. Ze maakte kleine collega’s of eigenlijk een maquette van een situatie uit het verhaal. Ze gebruikte hiervoor foto’s , tekeningen en echte voorwerpen. Hiervan maakte ze weer een foto die dan werd gebruikt in het boek. Er is zoveel op te zien! Ook leuk is dat de bijzondere illustraties heel veel vertellen maar toch een beetje geheimzinnig blijven. De bijzondere wezens uit het boek laat ze namelijk niet zien. Soms een schaduw of een glimp maar je eigen fantasie wordt getriggerd om zelf te verzinnen hoe ze er uit zien.  Leuk en origineel bedacht.  En zo passend bij het verhaal !

 Qua vormgeving is het gewoon ook helemaal af. Een mooie hardcover met leeslint. De kleuren, de lay-out, ook leuk dat elke eerste letter van een hoofdstuk een takje is. En er zit ook nog een kijkplaat bij van Torre en Natneus die je kunt gebruiken om je eigen maquette/ kijkdoos te maken.

Torre, onze hoofdrolspeler, is boos en verdrietig. Zijn moeder is na de komst van baby Pelle overspannen en heel moe. Daarom heeft zijn vader contact gezocht met oom Fons. Torre mag daar gaan logeren tot het beter gaat met zijn moeder. Torre vindt het oneerlijk dat hij weg moet en niet onruststoker Pelle. Hij kent oom Fons ook helemaal niet. Oom Fons woont in de bergen en Torre kan alleen maar bedenken dat zover van de bewoonde wereld je niet fijn woont.  Aangekomen bij de berghut kijkt hij echter zijn ogen uit en hij went al snel aan het leven op de berg. Hij krijgt de zorg over een eigenwijs geitje  die hij de naam Natneus geeft. Als hij een keer op pad gaat met de geiten en de storm los breekt komt hij in de problemen. Hij moet de weg terug naar oom Fons zien te vinden en komt onderweg niet alleen wilde dieren tegen maar ook aardmannen die hem waarschuwen voor de gevaarlijke berglor.  Zo blijkt de eenzame tocht die Torre af moet leggen lang niet zo eenzaam te zijn maar een spannend avontuur is het zeker.

Ik was al verkocht door het uiterlijk van het boek. Zoals hierboven al vermeldt is het qua lay-out gewoon helemaal af. Maar nu dan de inhoud.  Het is een vlot lezend verhaal. Spannend en avontuurlijk waarbij de eigen fantasie continu geprikkeld wordt. Ook de nodige humor zit verwerkt in het verhaal.

 Daarnaast worden de emoties van Torre goed neergezet en zullen ze herkenbaar zijn voor de jonge lezers. De hoofdstukken zijn te behappen en naast een titel staat er aan de zijkant staan wat trefwoorden uit het hoofdstuk. Leuk gevonden en pakkend.  Een verhaal waar je in door wilt blijven lezen om ondertussen je ogen uit te kijken. Het is een sprookjesachtige vertelling van een doodgewone jongen die in een wonderlijke wereld terecht komt. En daar mogen wij als lezer van genieten

“Billie en zijn genen” Stefan Boonen en Melvin

download (2)9789463832694/2021

Auteur Stefan Boonen, illustrator Melvin, uitgeverij Pelckmans

Stefan Boonen heeft naast zijn diploma houtbewerking en studie orthopedagogie een tijd gewerkt in de jeugdzorg. Inmiddels heeft hij meer dan 100 boeken op zijn naam staan. Hij ontving meerdere prijzen voor zijn werk, waaronder die van de Kinderjury.  Hij schrijft het liefs ‘optelverhalen’. Dat is een verhaal dat grappig én spannend én ontroerend én een beetje raar is. Melvin, pseudoniem voor Wout Schildermans, levert beeldmateriaal voor magazines en animaties en is kinderboekenillustrator. Hij heeft een eigen herkenbare tekenstijl die er uit springt.

De samenwerking tussen beiden heren leverde al eerder graphic novels voor kinderen op. Waaronder ‘ hier waakt oma’ , ‘ Mammoet’ en ‘ Kamp Bravo’ wat ik eerder besprak voor Kinderboeken & Y.A. .  Na het lezen van dat boek was ik meteen heel enthousiast over de tekenstijl en de grappige teksten die met grote humor toch problemen als bijvoorbeeld faalangst bespreekbaar maakt. Een perfecte combinatie van verhaal en illustraties voer een pakkend thema, goed passend bij de doelgroep.

Gelukkig zetten de heren de samenwerking voort en heb ik nu weer een bijzonder origineel boek voor mijn neus. Ditmaal maken we kennis met Billie en zijn genen.  Zoals op de cover staat een ‘ geniaal boek’ . Een boek over de genen, wat het zijn ( heel kleine deeltjes van je lichaam), hoe je  er   aan komt ( je krijgt ze van je vader en je moeder) , wat ze doen en veroorzaken.

Vertellen over je genen, je DNA , kan heel wetenschappelijk en saai worden. Maar op de manier waarop deze heren je uitleggen hoe het  nu eenmaal werkt, in 14 grappige hoofdstukken met daarna een samenvatting verpakt in acht weetjes, is het gewoon leuk en interessant om te lezen. Als afsluiter is er nog een nawoord door twee echte wetenschappers en een bronvermelding. Wat je kunt zo’n boek natuurlijk niet maken zonder eerst goede research te doen. En dat hebben de heren zeker gedaan.

Met een grappige vertelstijl met duidelijke voorbeelden en treffende maar zeker ook grappige illustraties komt zo goed als alles over je genen aan bod. Waarvan ze zijn gemaakt, wat ze doen, dat het erfelijk is en dat iedereen ze heeft ( niet alleen mensen). Over chromosomen en onderzoek. Wist je bijvoorbeeld dat alle mensen voor 99,9 procent dezelfde genen heeft ? Ik niet, dus zo heb ik ook weer wat geleerd.

Een origineel, leerzaam maar vooral leuk boek wat super laagdrempelig is waardoor je niet eens door hebt dat je wat leert omdat je denkt dat je gewoon een leuk boek aan het lezen bent. Op deze manier wordt leren zo leuk dat je zou willen dat Stefan Boonen en Melvin als je schoolboeken gaan maken. Ik wil je niet afschrikken hoor dit is geen schoolboek al zou het wel bij elke school bij de biologieles gebruikt kunnen worden.