” het walviskind” Tanja Wassenberg

het walviskind cover9789463386210/2019

Tanja Wassenberg,  uitgeverij Aspekt

Tanja Wassenberg (1959) is historica en schrijver. Ze publiceerde is diverse wetenschappelijke tijdschriften en schreef dit verhaal over de Nederlandse walvisvaart. Het leest als een roman en leert ons over deze periode uit onze geschiedenis.

Tanja Wassenberg is een echt walviskind (zoals ze dit benoemt in het laatste hoofdstuk van deze familiegeschiedenis).  Geboren als een ‘moetje’ van een vader die op de walvisvaart werkte. De walvisvaart werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw nieuw leven ingeblazen als oplossing voor het voedseltekort en het tekort aan oliën na de Tweede Wereldoorlog.

Jan Wassenberg, de vader van Tanja, wordt tijdens de hoogtij dagen van deze walvisvaart, in plaats van een volksjongen de grootste reiziger van de buurt.  Tanja groeit op al vissend met haar vader, leerde vis fileren en hoorde de schippersverhalen van haar vader aan. Na het overlijden van haar ouders vindt ze een stapel brieven uit de periode dat haar vader voer op de Willem Barendsz en correspondeerde met haar moeder. Dit was de aanleiding van Tanja Wassenberg om onderzoek te doen naar de walvisvaart in Nederland in die periode. Door ook haar vaders rol daarin te achterhalen geeft het een persoonlijk en betrokken verslag weer.

Eigenlijk wist ik niet veel van de walvisvaart en zeker niets over die van Nederland. Bij walvisvaart dacht ik meer aan ‘Moby Dick ‘ taferelen en koppelde dat nooit aan ons eigen land laat staan dat het kort na de Tweede Wereldoorlog hier een belangrijke bron van inkomsten was. De jaren vijftig van de vorige eeuw zijn nog niet eens zo gek lang geleden en mijn associatie is die bij een tijd van veel langer terug. Het verhaal trok daarom ook meteen mijn belangstelling bij het lezen van de achterzijde.

Tanja Wassenberg, heeft mede door haar persoonlijke zoektocht/verhaal er in te verwerken, een toegankelijk en duidelijk verhaal geschetst over deze periode uit de Nederlandse geschiedenis. Door het plaatsen van fragmenten uit de brieven en foto’s geeft het een realistisch beeld.  De persoonlijke noot maakt het levendiger en prettiger om te lezen. Geen saai geschiedenis verhaal vol feiten (die hier niet ontbreken hoor) maar een verhaal over echte mensen en hun geschiedenis. Zelfs mensen die niet snel een geschiedenisboek zullen oppakken zullen dit verhaal zeker

” ik kan er nét niet bij” Sander Verheijen

ik kan er net niet bij9789402700466/2017

Sander Verheijen, uitgeverij HarperCollins

Sander Verheijen is general manager en hoofdredacteur van boekensite Hebban. Verder ontwerpt hij boekomslagen voor uitgeverijen. Hij schreef blogs over zijn kinderen wat de basis werd van dit boek. Het boek verscheen in 2017, de tweeling is dan vijf jaar. Een al wat oudere titel dus die al heel lang op mijn ‘nog-te-lees-lijst’ stond. Dus toen ik het boek eindelijk in huis had ben ik het meteen gaan lezen. Om ook in één ruk uit te lezen. Wat een emotioneel verhaal. Wat bijzonder dat deze vader dit met de lezer wilt delen.  Daarom vind ik het de moeite waard om dit boek weer even onder de aandacht te brengen.

Een boeiend verhaal van een vader van een bijzondere tweeling : Willem en Maurits.  De een werd geboren met een zware hersenbeschadiging en de ander heeft autisme. Het verhaal beslaat de eerste jaren van hun leven. Het is een openhartige vertelling over vaderschap, verdriet, tegenslag maar ook over blijdschap en liefde voor de kinderen. Over vechtlust, relativeren en hoop…  (zoals op de cover staat).

Naast de tekst op de cover is de titel en de mooie illustratie op de cover iets wat mij aanspreekt en zeker reden was op dit op mijn ‘nog-te-lezen-lijst ‘ te zetten. Ik heb het in één ruk uitgelezen. De hoofdstukken zijn kort, makkelijk leesbaar en ondanks de tegenslagen en het verdriet is het toch luchtig met de nodige humor geschreven. Het relativeren (zoals eerder genoemd) is belangrijk om je hoofd boven water te houden en geeft niet alleen de personages moed maar ook de lezer van dit boek.

Door de toegankelijkheid van het verhaal geeft het een kijkje vanaf alles behalve een roze wolk. Dat niet alles rozengeur en maneschijn hoeft te zijn als er een tweeling, of kind, wordt geboren. De openheid geeft ruimte tot discussie en misschien ook wel wat meer begrip bij mensen die uit onwetendheid zo verkeerd kunnen reageren tegen mensen die in zo’n situatie zitten.  Het is een verhaal wat raakt. Dat je kunt genieten van de ( kleine ) dingen die wel goed mogen gaan en hoe belangrijk het is om de dag te plukken en te genieten van elkaar.

Het is een verhaal wat de lezer raakt…

 

 

“herinneringen van een moffenkind” Monika Diederichs

9789463387965_covr9789463387965/2019

Monika Diederichs, uitgeverij Aspekt

Monika Diederichs is historica en gespecialiseerd in Oral History. Dit is een vorm van geschiedschrijving die is gebaseerd op herinneringen van ooggetuigen, meestal aan de hand van interviews.  Het heeft belangrijke functies zoals archivering: het vastleggen van herinneringen zodat ze kunnen dienen als historische bron. Verder geeft het een stem aan een bepaalde groep die in traditionele geschreven bronnen minder of niet vertegenwoordigd zijn. Verder heeft het ook vaak een therapeutische werking omdat je in ruil voor informatie aandacht geeft aan de persoon, het wordt ook ervaren als erkenning zeker bij een groep die in de minderheid is of waar nauwelijks naar geluisterd werd of bekend was.

Monika Diederichs deed onderzoek naar Nederlandse meisjes en vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog omging met Duitse soldaten en schreef daarover ‘ wie geschoren wordt moet stil zitten’ ook schreef zij ‘ Kinderen van Duitse militairen in Nederland’.  Zelf werd ze geboren in Duitsland en groeide op in Nederland na de oorlog als ‘moffenkind’. Haar eigen zoektocht naar haar verleden en de discriminatie die zij meemaakte is de basis van dit verhaal. Haar eigen verhaal, het verhaal van een ‘moffenkind’.

In het voorwoord krijgen we te horen dat er in Nederland tussen de 13.000 en 15.000 kinderen zijn geboren in de Tweede Wereldoorlog van Duitse militairen. De meeste kwamen ter wereld in tehuizen voor ongehuwde moeders. Veel van hen zijn afgestaan na hun geboorte en een aantal ging voor adoptie naar Duitsland. Hoeveel kinderen er in Nederland bleven bij hun moeder of andere familieleden is onbekend. De meeste zijn niet eens op de hoogte van hun afkomst vanwege het grote taboe wat er over hun afkomst lag.

Ook Monika heeft jaren geleefd met een groot geheim en alle gevolgen van dien. Ze was slachtoffer van discriminatie en heeft  hard moeten vechten voor erkenning en een bestaan. Over de onzekerheid, de schaamte en het moeten vechten voor je eigen identiteit.

In zeven hoofdstukken verteld ze over haar leven en wat er allemaal aan vooroordelen op haar pad kwam. Over hoe zij zelf vocht voor haar identiteit en hoe ze door haar opvoeding en verleden de keuzes maakte die ze deed. Over wanneer ze bewust haar Duitse achternaam ging dragen en over hoe haar vorige boeken tot stand kwamen. Het boek bevat ook foto’s waardoor het een nog persoonlijker en boeiender verhaal wordt. Je wordt als lezer meer geraakt en leert over een van de zwarte pagina’s van onze geschiedenis.  Kinderen kiezen hun ouders niet uit en zouden daar niet voor moeten boeten.

Monika Diederichs heeft een stuk geschiedenis op een toegankelijke en boeiende wijze op papier gezet waardoor het hopelijk een groot publiek kan bereiken want ook dit is een van de verhalen die gelezen moeten worden.

 

” epilepsie… of niet.. ? ” Theo Barkel

Epilepsie of niet front LR9789078437703/2019

Theo Barkel, uitgeverij Life

Theo Barkel (1968), is jarenlang hoofdredacteur geweest van een boek- en filmmagazine. Hij heeft als auteur al verschillende boeken op zijn naam staan. Daarnaast is hij met zijn vrouw betrokken bij uitgeverij Macc.

In deze novelle, of is het meer een pamflet? , deelt de auteur met ons twee zeer persoonlijke waargebeurde verhalen met als rode draad de misstanden in de zorg. Hoe een verkeerde diagnose of oordeel het leven van de patiënt kan maken of breken.  Hoe hij zich hier niet bij neer kon leggen en het verderop ging zoeken. Een second opinion die het leven weer drastisch veranderde.   Met zijn verhaal probeert hij de lezer ( of de patiënt) wakker te schudden. Ga niet af op één mening, blijf ten alle tijden alert en blijf je bewust van je eigen lijf.  Hij vraagt zich af hoeveel slachtoffers het systeem nog moet maken voordat het zal veranderen.  De marktwerking in de zorg heeft meer kapot gemaakt dan ons lief  is en hierdoor twijfel je ook ten zeerste aan het verstrekken van  (dure) medicatie en de manier van zorg verlenen. Hij is van mening dat het zorgsysteem zelf ziek is en dat er echt wat moet gebeuren. Een van de redenen om dit persoonlijk verhaal met de lezer te delen.

Het boek is opgesplitst in twee delen. Het eerste deel gaat over de lange weg die Theo zelf heeft moeten doorstaan vanaf zijn eerste symptomen, de tal van verkeerde diagnoses, verkeerde medicatiegebruik  en behandelingen.  Het is een ingekorte autobiografie van zijn leven waarin hij ons langs dit pad begeleidt.  Het verhaal start in 2003 na een epilepsie aanval in de winkel waar hij werkte.  De diagnoses hyperventilatie, migraine en uiteindelijk epilepsie komen voorbij. Uiteraard met de nodige medicatie die daarbij wordt voorgeschreven.  De vertelstijl is redelijk opsommend, zeker als hij van bepaalde medicatie de bijverschijnselen  uit de bijsluiter benoemt.  Op zich zeer relevant voor het verhaal.  Met verbazing lees je dat als er dan een diagnose epilepsie komt, deze wordt omgezet naar rechtertemporaalkwabepilepsie en daarna weer wordt teruggedraaid naar RLS  ( Restless leg syndrom).  Dit alles met de nodige medicatie veranderingen en niet geïnteresseerde specialisten.  Sommige kijken niet eens naar de patiënt maar verhogen gewoon de medicatie.  Daarnaast kampt hij met onbegrip van de werkgever die een heus wegpestprotocol is gestart.  Na een lange weg van verschillende ziekenhuizen in Nederland belandt hij in Antwerpen waar opnieuw een nieuwe diagnose volgt die ver afstaat van de eerste. Er volgen zelfs operaties  waarvan de laatste begin dit jaar. Een jarenlange lijdensweg waardoor de auteur nog meer gesterkt werd om dit verhaal op papier te zetten.

Het tweede deel van het boek gaat over een ander persoonlijk drama die hij mee moest maken. Zijn zoon viel op elfjarige leeftijd en verbrijzelde daarbij zijn heup. Een lange weg van revalidatie en veel pijn ten gevolgen. Hij was te jong voor een kunstheup en bovendien in de groei. De groeischijf werkte nog maar voor 25 procent met alle gevolgen van dien. Tot zijn 24e jaar hebben de artsen heb in Nederland met veel pijn laten lopen en konden weinig voor hem doen. Op die leeftijd kreeg hij zelfs te horen dat hij maar terug moest komen op zijn 40e omdat hij dan pas  een kunstheup kon krijgen. De pijn was echter zo ondraaglijk dat er zelfs de optie ‘vrijwillig levenseinde’ langs kwam. Wederom zochten ze hun heil in België. Dit maal in Gent.  Hier kreeg hij een injectie om de pijn te verzachten. Deze injectie zou een halfjaar werken en daarna zou er , na goedkeuring van de verzekering, een operatie mogelijk zijn. Die goedkeuring kwam er…

Twee bijzonder verhalen.  Verhalen die je laat nadenken .  Vooral de beschrijving over de artsen die ongeïnteresseerd bezig waren troffen mij zeer. Je kunt dan misschien niet bij machten zijn iets voor iemand te kunnen doen maar geef dat gewoon toe, blijf menselijk en denk mee.  Wat mij ook verbaasde is het grote verschil met België als het gaat om de zorgkosten en de manier van werken. Zo dichtbij en een wereld van verschil.  Gelukkig is er een mogelijkheid geweest voor Theo en zijn zoon om een second opinion te krijgen en daar naar te laten handelen.  Je moet er niet aan denken als dat anders was geweest.

Hoewel het af en toe wat stroef en opsommend leest (wat ik zelf niet altijd prettig vind) houdt het verhaal de lezer zelf wel bij de les.  Het is zeker een verhaal wat verteld moest worden en zeker ook gelezen. Ik hoop dat een ieder die dit leest scherp zijn eigen regie behoudt waar nodig en ook inziet dat er wel degelijk wat moet veranderen met ons zorgstelsel.  Hierin is de missie van de auteur zeker geslaagd.

 

Met dank aan de uitgeverij voor het digitale recensie exemplaar

 

 

” statiegeld voor mijn moeder, verhalen over het leven in de DDR” Manon de Heus & Marijke van der Ploeg

statiegeld9789463387064/2019

Manon van Heus & Marijke van der Ploeg, uitgeverij Aspekt.

Dit jaar, op 9 november, is het dertig jaar geleden dat in 1989  ” de Berlijnse Muur” viel.  Zelf was ik 19 jaar oud en wist ik nog precies waar ik was toen ik het nieuws hoorde. ( Dat heb je wel eens dat bij bepaalde momenten in de geschiedenis je nog precies weet waar je was).  Het was een tijd waarin we nog geen smartphones en sociale media hadden en ik denk dat als je opgegroeid bent in deze tijd je je haast niet kan voorstellen hoe het leven zonder die sociale media ging, laat staan dat je je kunt voorstellen hoe het leven is geweest in de DDR tijdens de koude oorlog. De Staat controleerde en reguleerde het dagelijks leven. DDR-kinderen zijn opgegroeid met de slogan ” als je iets niet mag vertellen, dan vertel je het ook niet” .  Je had geen kritiek want dat kon je lot ernstig bepalen. Het kon het verschil betekenen tussen een leven in de gevangenis en een leven met privileges.

Er zijn veel geschiedenisboeken geschreven over deze periode en over hoe de Stasi te werk ging en hoe het leven in de DDR zou zijn. In het voorwoord laten de auteurs weten dat ze juist een boek wilde maken over de mensen die het echt hadden meegemaakt. Persoonlijke verhalen om de sfeer van toen te voelen in het verhaal. De meeste gesprekken waren vrij gesloten en gecontroleerd, mensen vonden het moeilijk hun ervaringen te delen omdat het juk van de opvoeding nog op de schouders drukt. Er werd nagedacht voor er gesproken werd en als er gevraagd werd wat voor gevoel ze er bij hadden kwam er als antwoord “het was nu eenmaal zo.. “.

Na het voorwoord volgt er een korte historische achtergrond bij de verhalen. Over hoe het land verdeeld werd na de Tweede Wereldoorlog en de opbouw van de Duitse Democratische Republiek die dus veel was maar zeker niet democratisch.  Daarna volgen er twintig portretten van twintig willekeurige personen die twee dingen gemeen hebben. Ze zijn opgegroeid in de DDR en ze wilden hun verhaal delen. Verder staan er portretfoto’s bij van de geïnterviewde personages uit die periode waardoor de verhalen nog meer binnenkomen. Je ziet immers een gezicht bij het verhaal.

Het is vandaag de dag bijna niet voor te stellen (zeker niet met al de AVG en soms doorgeslagen privacy wetgeving) dat mensen continu gecontroleerd werden door de regering. Er werden dossiers bijgehouden en zodra je maar een stap buiten het gewone leven deed werd hier een notitie van gemaakt. Uiteraard werd het ‘gewone leven’ door bovenaf bepaald en werd iedereen met deze doctrine opgevoed,  ‘ ze wisten niet beter’.  En als je teveel vragen stelde kon je dat zwaar komen te staan.

Het is daarom goed dat dit soort verhalen worden opgeschreven en dat mensen kennis hebben van de geschiedenis.  Door deze vorm te kiezen en zeer persoonlijke verhalen neer te zetten komen de verhalen binnen en krijg je een veel beter beeld over hoe het dagelijks leven was. Mensen leefde in onzekerheid en angst want je buurman, je broer, iedereen kon een spion zijn van de Stasi. Het laat zich leven als een script van een film maar het was voor deze mensen bittere realiteit.

Een mooie bundeling bijzondere verhalen.

 

 

 

“forever 27” Godfried Nevels

Forever-27-Cover-2D9789493001107 /2019

Godfried Nevels,  uitgeverij Aspekt

Godfried Nevels zegt op zijn site dat muziek, onderzoek, true crime en schrijven vier van zijn persoonlijke interesses zijn. Het onderwerp van dit boek moet voor hem dan ook geen moeilijke keuze zijn geweest.  De ‘club van 27’ spreekt tot de verbeelding en zelfs mensen die de muziek van deze iconen niet kennen hebben er wel van gehoord.  Het is een mythe geworden die nog steeds lijkt te groeien en zich omhult met mysterie.  Een mysterie die Nevels tracht te ontrafelen in zijn goed onderbouwde naslagwerk. Een prettige schrijfstijl, het  leest als een spannend boek.

Toen ik het boek in mijn handen kreeg maakte mijn hart een sprongetje en begon ik meteen te lezen. Groot fan van de Doors en muziekliefhebber, dus meteen nieuwsgierig bij  dit mooie formaat boek, met een mooie zwarte kaft waarop zes rocksterren je aanstaren.  Een voorwoord van de inmiddels zeventigjarige Barry Hay , met daarin een klein foutje over het sterfjaar van Jim Morrison (maar dat is hem vergeven), gevolgd door een inleidend hoofdstuk passeren er 10 sterren de revue die op de leeftijd van 27 jaar het aardse verlieten.  De eerste was Robert Johnson, waarschijnlijk de minst bekende van de rij, een blues muzikant die stierf in 1938. Zijn dood werd omgeven door mysterie en dat samen met zijn leeftijd laat hem zeker in deze rij passen.  De meeste muzikanten worstelde met het beroemd zijn, met drugs en bij sommige veel raadsels bij hun dood. Twijfels over moord of zelfmoord, zaken die nooit zullen worden opgelost. Sommige verhalen bekend, aangevuld met anekdotes en verhalen van mensen uit de directe nabijheid.

Halverwege het boek vind je een drietal intermezzo’s. Een over het getal 27 , een over sterfgevallen net voor of na hun 27e jaar ( dat blijken er meer te zijn dan op 27e jarige leeftijd zelf) en ‘famous last words’. Leuke weetjes en een leuke aanvulling op het geheel.

Kortom een heerlijk boek om je even in te verliezen.  Terwijl je de verhalen leest hoor je de muziek in je hoofd.  Een mooie reis door de tijd.

Het mysterie 27 blijkt iets wat wij zelf er van gemaakt hebben. Een beetje toeval en een begrip wat tot grote hoogte is gestegen terwijl het  geen wetenschappelijk onderlegde basis heeft. Maar dat is ook niet nodig, mensen hebben af en toe gewoon een vleugje mystiek nodig.

 

 

 

 

 

” Rinkeldekink ” Martine Bijl

9789025453398/2018
uitgeverij Atlas Contact

Martine Bijl kreeg in september 2015 een hersenbloeding. In 2016 verscheen Hindergroen, een bundel eerder gepubliceerde verhaaltjes met een aanvulling van enkele hoofdstukjes over haar hersenbloeding. Na een langdurig herstel in een revalidatiecentrum verbleef ze ook nog enkele maanden in een ziekenhuis. Naast de hersenbloeding was er ook de delier, de wanen en angsten die ze moest overwinnen. Dit boekje gaat over haar strijd, haar gevoel bij het revalideren. Haar verhaal over artsen en therapeuten, over de trainingen in onder andere de valklas, het vakjargon uit de medische wereld maar vooral over hoe het bij haar voelde.

De schrijfstijl van Martine Bijl is zeer toegankelijk en vlot. Openhartig, tikje vrolijk, humor met af en toe een vleugje sarcasme ( ik hou er van) maar vooral eerlijk en uit het hart. Ze neemt geen blad voor haar mond en laat gewoon weten wat er in haar omgaat.

Door deze openhartigheid geeft het een bijzondere kijk op een ziekte/revalidatieproces. De gevoelens die onder andere het revalideren, maar ook bv de momenten waarop ze wegzakt in een waan, worden heel duidelijk omschreven. Eigenlijk zou iedere zorgverlener en/ of mantelzorger van iemand die zoiets doormaakt dit boekje moeten lezen. Je kan je dan beter inleven en op de situatie inspelen als je meer zou weten wat er iemands hoofd omgaat. Hoewel het bij iedere zorgvrager anders zal zijn denk ik wel dat Martine Bijl hier haar steentje aan bijdraagt.

Naast dit kijkje vanuit mijn blik als zorgverlener ( ouderenzorg) vind ik het een bijzonder mooi boekje. Ondanks het heftige onderwerp is het door haar humor een luchtig boekje geworden wat prettig leest. Het is net alsof ze het verhaal aan je vertelt onder het genot van een kopje thee. Een bijzonder verhaal van een bijzondere vrouw.