” Hongerklop ” Hille en Peter Henk Steenhuis

hongerklop cover9789028210356/2020

Hille en Peter Henk Steenhuis,  uitgeverij van  Oorschot

Peter Henk Steenhuis is filosofieredacteur bij Trouw en publiceerde meer dan vijftien boeken. Zijn dochter Hille is scholier en fanatiek sporter.  Hille heeft te kampen met een eetstoornis.  In dit verhaal beschrijft zij haar strijd maar het laat ook zien dat het niet alleen haar strijd is maar ook die van het hele gezin. Door haar problemen heeft zij vaak ruzie met haar vader en die stelt haar voor om naar elkaar te gaan schrijven. De emoties en vragen te delen op schrift zodat er wat meer lucht zou zijn en minder ruzie.

Deze correspondentie is verzameld in dit boek en de basis van het verhaal. Aangevuld met stukken tekst. Het laat een duidelijk beeld zien van hoe de eetstoornis van Hille tot stand kwam, hoe zij en haar vader/familie daar mee om probeerde te gaan en zeker ook over haar doorzettingsvermogen.

Hille is een sportieve schollier die veel fietst en schaatst. Op een gegeven moment ( 2016) ziet ze foto’s van fitgirls. Fitgirls is een  community die zich focust op mindset, voeding en training.  Een van hen, Marit, schaatst ook en daar identificeert zij zich. Ze gaat haar blogs lezen, gaat experimenteren met koken en het sporten en dieet neemt extreme vormen aan. Op deze wijze ontwikkelt Hille een eetstoornis. Als ze zelf inziet dat ze ziek is kan ze open staan voor behandeling. Een zwaar traject. Dan blijkt ze een hartafwijking te hebben en is ze extra gemotiveerd om een stabiel gewicht te krijgen zodat ze geopereerd kan worden.

Het verhaal speelt over een periode van drie jaar.  Het verhaal van Hille wordt afgewisseld met de correspondentie tussen vader en dochter. Het is goed gedoseerd en doordat de vertelling chronologisch is met een toegankelijk taalgebruik leest het vlot weg. De stukken tekst zijn in de ik-vorm en omdat je weet dat het waargebeurd is komt het echt bij de lezer binnen.

Daarnaast is de bijzonder keuze van vader en dochter om elkaar vragen te stellen op schrift.  Hierdoor hebben ze ruimte om hun vragen en antwoorden goed te formuleren en eerlijk te zijn tegenover elkaar zonder meteen ruzie te krijgen en elkaar pijn te doen. Het lijkt afstandelijk om met je kind te mailen maar dat is het zeker niet. Zowel vader als dochter durven elkaar vragen te stellen en hierbij hun emoties te uiten. Als vader heb je ook de waarheid niet in pacht en ben je niet alles-wetend. Dit weet hij goed te omschrijven en hij durft zijn boosheid en frustratie te uiten.

Dit maakt dit verhaal extra bijzonder. Ik denk dat er best behoefte is aan verhalen over een eetstoornis die niet alleen de patiënt aan het woord laten maar ook degene die er naast staat. Deze zijn net zo goed slachtoffer van de situatie. En de eerlijkheid dat je ook boos mag zijn, onmacht en frustratie mag voelen is denk voor veel lezers in dezelfde problematiek herkenbaar en fijn te lezen dat ze daar niet alleen in staan.

Kortom een goed verhaal de strijd tegen een eetstoornis. Maar ook over de band tussen een vader en zijn kind.  Een verhaal wat  je zeker moet lezen als je meer wilt weten over deze problematiek. Ook voor hulpverleners of studenten in de zorg een aanrader. Daarnaast uiteraard hopelijk een steun voor mensen in dezelfde situatie.

” een gemakkelijke prooi ” Norman Jansen

download (1)9789492939463/2020

Norman Jansen, Futuro uitgevers

Norman Jansen is werkzaam voor de Koninklijke Marechaussee en expert op het gebied van mensenhandel en mensensmokkel.  Hij is in verschillende landen werkzaam geweest binnen justitie en opsporing. Zijn ervaringen verwerkt hij in het schrijven van non-fictie literatuur.  Verhalen gebaseerd op eigen ervaringen en waargebeurde feiten. Dit verhaal  gaat over lovergirls, vluchtelingenkampen, jongensprostitutie en mensenhandel. Onderwerpen die je als lezer niet onberoerd laten.

Het verhaal gaat over twee totaal verschillende jongens die in twee verschillende werelden opgroeien en leven. Maar al lezende hebben ze toch dingen gemeen. Ze zijn op zoek naar veiligheid en geborgenheid en naar een toekomst voor zichzelf. Maar ze zijn ook beide kwetsbaar waardoor ze in een situatie komen die uitzichtloos lijkt.  Hoewel twee aparte verhalen komen de verhaallijnen toch bij elkaar aan het einde van het boek.

Youssef groeit op in een weeshuis in Afrika. Als hij zelf vindt dat hij oud genoeg is gaat hij zijn geluk beproeven. Hij wil naar Europa, naar een land met mogelijkheden, werk, geld en een toekomst. Uiteraard blijkt de reis er naar toe een van vele obstakels en ondergaat hij een vreselijk lot.

Thiemo woont in Nederland. Hij is minder begaafd en woont alleen bij zijn moeder. Hij heeft nauwelijks vrienden. Het clubje jongens waar hij mee omgaat profiteert mateloos van de jongen die alles wil doen om er bij te horen. Als ze hem in de steek laten verschijnt er een meisje schijnbaar uit het niets. Zij begint een relatie met Thiemo die met open armen in haar valkuil loopt. Zij blijkt een lovergirl en hun relatie is het begin van een grote berg ellende die zich over Thiemo uit stort.

Beide jongens komen in aanraking met georganiseerde misdaad, geweld, sextortion en levensgevaarlijke situaties. Als lezer wil je maar één ding en dat  is doorlezen in de hoop dat er een uitweg is voor de jongens.

Al eerder las ik van Norman Jansen het boek  ‘ de stilte van water’ ook een verhaal gebaseerd op waargebeurde feiten. Dit brengt een verhaal meer tot leven en zeker door de trieste thema’s. Veel van deze thema’s ervaar je ‘als er van je bed’ en misschien denk je wel dat mensen er in kunnen trappen,  dat je het wonderlijk vindt dat mensen slachtoffer kunnen worden. Maar als je dan leest hoe subtiel de daders te werk gaan laat je dat idee snel los.

Het perspectief is vanuit de ogen van een verteller.  De hoofdstukken van de jongens wisselen elkaar af en later in het verhaal, tegen het einde komen ze samen.  Als lezer blijf je geboeid in de verhaallijnen maar toch knaagt er iets van zou het een geheel worden of niet. Een goed gekozen manier van het vertellen van dit verhaal.

De schrijfstijl is, net als in zijn vorige roman, tot op zeker hoogte wat afstandelijk. Hierdoor vond ik het vorige boek meer als een verslag lezen. Dit is bij dit boek ook wel het geval maar in minder mate. Ook hier wel enige afstand maar de manier waarop sommige ( vreselijke ) zaken worden beschreven raakt de lezer zeker. De auteur is op dat gebied zeker als schrijver gegroeid. Speelt uiteraard ook mee dat wat deze fictieve jongens mee maken echt iemand zijn overkomen. Hierdoor komt het verhaal echt harder bij je binnen.

In de epiloog is er nog een kort stukje over hoe het vergaan is met de echte Youssef en Thiemo. Zo blijf je als lezer niet met vragen achter.

Een hard verhaal over het leed wat deze jongens is overkomen. De auteur schuwde niet om onderwerpen te behandelen die niet snel in een roman naar voren komen. Je leest wel eens van loverboys maar over lovergirls heb ik eigenlijk nog nooit gelezen. Sowieso over mannelijke slachtoffers. Dus het is goed dat dit boek er is.   Het laat een zwarte zijde zien van de maatschappij die zeker besproken moet worden.

 

 

 

” het walviskind” Tanja Wassenberg

het walviskind cover9789463386210/2019

Tanja Wassenberg,  uitgeverij Aspekt

Tanja Wassenberg (1959) is historica en schrijver. Ze publiceerde is diverse wetenschappelijke tijdschriften en schreef dit verhaal over de Nederlandse walvisvaart. Het leest als een roman en leert ons over deze periode uit onze geschiedenis.

Tanja Wassenberg is een echt walviskind (zoals ze dit benoemt in het laatste hoofdstuk van deze familiegeschiedenis).  Geboren als een ‘moetje’ van een vader die op de walvisvaart werkte. De walvisvaart werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw nieuw leven ingeblazen als oplossing voor het voedseltekort en het tekort aan oliën na de Tweede Wereldoorlog.

Jan Wassenberg, de vader van Tanja, wordt tijdens de hoogtij dagen van deze walvisvaart, in plaats van een volksjongen de grootste reiziger van de buurt.  Tanja groeit op al vissend met haar vader, leerde vis fileren en hoorde de schippersverhalen van haar vader aan. Na het overlijden van haar ouders vindt ze een stapel brieven uit de periode dat haar vader voer op de Willem Barendsz en correspondeerde met haar moeder. Dit was de aanleiding van Tanja Wassenberg om onderzoek te doen naar de walvisvaart in Nederland in die periode. Door ook haar vaders rol daarin te achterhalen geeft het een persoonlijk en betrokken verslag weer.

Eigenlijk wist ik niet veel van de walvisvaart en zeker niets over die van Nederland. Bij walvisvaart dacht ik meer aan ‘Moby Dick ‘ taferelen en koppelde dat nooit aan ons eigen land laat staan dat het kort na de Tweede Wereldoorlog hier een belangrijke bron van inkomsten was. De jaren vijftig van de vorige eeuw zijn nog niet eens zo gek lang geleden en mijn associatie is die bij een tijd van veel langer terug. Het verhaal trok daarom ook meteen mijn belangstelling bij het lezen van de achterzijde.

Tanja Wassenberg, heeft mede door haar persoonlijke zoektocht/verhaal er in te verwerken, een toegankelijk en duidelijk verhaal geschetst over deze periode uit de Nederlandse geschiedenis. Door het plaatsen van fragmenten uit de brieven en foto’s geeft het een realistisch beeld.  De persoonlijke noot maakt het levendiger en prettiger om te lezen. Geen saai geschiedenis verhaal vol feiten (die hier niet ontbreken hoor) maar een verhaal over echte mensen en hun geschiedenis. Zelfs mensen die niet snel een geschiedenisboek zullen oppakken zullen dit verhaal zeker

” ik kan er nét niet bij” Sander Verheijen

ik kan er net niet bij9789402700466/2017

Sander Verheijen, uitgeverij HarperCollins

Sander Verheijen is general manager en hoofdredacteur van boekensite Hebban. Verder ontwerpt hij boekomslagen voor uitgeverijen. Hij schreef blogs over zijn kinderen wat de basis werd van dit boek. Het boek verscheen in 2017, de tweeling is dan vijf jaar. Een al wat oudere titel dus die al heel lang op mijn ‘nog-te-lees-lijst’ stond. Dus toen ik het boek eindelijk in huis had ben ik het meteen gaan lezen. Om ook in één ruk uit te lezen. Wat een emotioneel verhaal. Wat bijzonder dat deze vader dit met de lezer wilt delen.  Daarom vind ik het de moeite waard om dit boek weer even onder de aandacht te brengen.

Een boeiend verhaal van een vader van een bijzondere tweeling : Willem en Maurits.  De een werd geboren met een zware hersenbeschadiging en de ander heeft autisme. Het verhaal beslaat de eerste jaren van hun leven. Het is een openhartige vertelling over vaderschap, verdriet, tegenslag maar ook over blijdschap en liefde voor de kinderen. Over vechtlust, relativeren en hoop…  (zoals op de cover staat).

Naast de tekst op de cover is de titel en de mooie illustratie op de cover iets wat mij aanspreekt en zeker reden was op dit op mijn ‘nog-te-lezen-lijst ‘ te zetten. Ik heb het in één ruk uitgelezen. De hoofdstukken zijn kort, makkelijk leesbaar en ondanks de tegenslagen en het verdriet is het toch luchtig met de nodige humor geschreven. Het relativeren (zoals eerder genoemd) is belangrijk om je hoofd boven water te houden en geeft niet alleen de personages moed maar ook de lezer van dit boek.

Door de toegankelijkheid van het verhaal geeft het een kijkje vanaf alles behalve een roze wolk. Dat niet alles rozengeur en maneschijn hoeft te zijn als er een tweeling, of kind, wordt geboren. De openheid geeft ruimte tot discussie en misschien ook wel wat meer begrip bij mensen die uit onwetendheid zo verkeerd kunnen reageren tegen mensen die in zo’n situatie zitten.  Het is een verhaal wat raakt. Dat je kunt genieten van de ( kleine ) dingen die wel goed mogen gaan en hoe belangrijk het is om de dag te plukken en te genieten van elkaar.

Het is een verhaal wat de lezer raakt…

 

 

“Lang leve ons , wie willen we eigenlijk zijn? ” Claudia de Breij

9200000121998225.jpg9789492928818/2019

Claudia de Breij, uitgeverij Pluim

Claudia de Breij  (13-03-1975), is cabaretier, liedschrijver, televisiemaker en radio-dj.Het grote publiek zal haar voornamelijk kennen als cabaretier, als tafeldame bij ‘de wereld draait door’ en haar radiowerk bij 3FM.  Ze schreef lange tijd columns voor kranten en tijdschriften. In 2009 verschenen er twee boeken  te weten ‘krijg nou tieten! ‘  en ‘dingen die fijn zijn’. Eind 2015 verscheen ‘ Neem een geit’ een boek vol wijze lessen waar ik zeker van heb genoten. Eind vorig jaar ( 2019) verscheen ‘lang leve ons’ bij uitgeverij Pluim. Meer dan dertig korte stukjes met daarin overpeinzingen en wie weet wel antwoorden op vragen die hierin naar voren komen.

Het bundeltje heeft een mooi harde kaft en is voorzien van typische Hollandse tafereeltjes, sommige met Claudia de Breij er zelf op. Het weergeven van deze collage als achtergrond van de titel in grote, dikke witte letters, trekt je aandacht en doet vrolijk aan.  De onderwerpen die Claudia de Breij echter naar voren brengt zijn niet altijd vrolijk maar door haar manier van overdenken, relativeren en benoemen komt de cabaretier in haar naar voren en lees je de stukjes toch allemaal met een glimlach op de lippen.

Het eerste stukje heeft als titel “ Snap jij het soms ook allemaal niet meer?  Dan is dit boek voor jou!” Het gaat voornamelijk over de verwondering en het niet begrijpen van het leven, hoe mensen met elkaar omgaan ( of juist niet).  Mensen stellen retorische vragen en maken zich druk over de belastingen, racisme, #metoo, sociale media en het klimaat maar wel allemaal op hun eigen manier zonder naar redenen of antwoorden van anderen te luisteren.  En hoe de wereld juist wat fijner en mooier zou zijn als we wel eens de antwoorden op die (retorische ) vragen durven te geven of in ieder geval te zoeken.

In de korte to-the-point stukjes komen haar overpeinzingen langs. Vragen of kraken goed is of fout, over waarom je belasting betaald en of de zaken die de Staat koopt van ons belastinggeld wel nodig zijn, over racisme, seksisme en tradities.  Zelfs de vraag of witte mensen ook mensen zijn wordt beantwoord (kort en krachtig) .  Het geheel is vrij politiek gericht en dat kan ook niet anders denk ik omdat veel vraagstukken over hoe wij leven in Nederland met politiek te maken heeft. De brief aan de president in deze bundel vond ik dan ook erg sterk en ik hoop dat meneer de President deze ook zal lezen.

Haar vertelwijze is luchtig en vlot, hier en daar wat sarcasme, ik hou er wel van. Terwijl de onderwerpen niet altijd luchtig zijn leest het geheel lekker weg. Dit komt denk ik ook doordat zij het bij zichzelf houdt door eigen ervaringen uit haar eigen leven te delen. Omdat je haar, en haar stem, kent lijkt het net of je haar hoort vertellen terwijl je leest. Liefhebbers van haar werk zullen hierdoor het boekje snel ter hand nemen.

De grote vraag of tijden veranderen of dat mensen de veranderingen zelf veroorzaken wordt niet echt beantwoord maar je kunt bij jezelf te raden gaan hoe dat nu zit. Af en toe vind je toch tijdens het lezen dat er een spiegel wordt voorgehouden en kan het geen kwaad even te bedenken hoe jij over deze kwestie denkt. Ik kon mij geregeld vinden in de hersenspinsels van de auteur en persoonlijk mag zij van mij het stokje in Den Haag wel een tijdje overnemen (of haar bundel voor te lezen in de Tweede Kamer) . Gewoon om de boel daar wakker te schudden en een andere kant op te laten waaien.

” epilepsie… of niet.. ? ” Theo Barkel

Epilepsie of niet front LR9789078437703/2019

Theo Barkel, uitgeverij Life

Theo Barkel (1968), is jarenlang hoofdredacteur geweest van een boek- en filmmagazine. Hij heeft als auteur al verschillende boeken op zijn naam staan. Daarnaast is hij met zijn vrouw betrokken bij uitgeverij Macc.

In deze novelle, of is het meer een pamflet? , deelt de auteur met ons twee zeer persoonlijke waargebeurde verhalen met als rode draad de misstanden in de zorg. Hoe een verkeerde diagnose of oordeel het leven van de patiënt kan maken of breken.  Hoe hij zich hier niet bij neer kon leggen en het verderop ging zoeken. Een second opinion die het leven weer drastisch veranderde.   Met zijn verhaal probeert hij de lezer ( of de patiënt) wakker te schudden. Ga niet af op één mening, blijf ten alle tijden alert en blijf je bewust van je eigen lijf.  Hij vraagt zich af hoeveel slachtoffers het systeem nog moet maken voordat het zal veranderen.  De marktwerking in de zorg heeft meer kapot gemaakt dan ons lief  is en hierdoor twijfel je ook ten zeerste aan het verstrekken van  (dure) medicatie en de manier van zorg verlenen. Hij is van mening dat het zorgsysteem zelf ziek is en dat er echt wat moet gebeuren. Een van de redenen om dit persoonlijk verhaal met de lezer te delen.

Het boek is opgesplitst in twee delen. Het eerste deel gaat over de lange weg die Theo zelf heeft moeten doorstaan vanaf zijn eerste symptomen, de tal van verkeerde diagnoses, verkeerde medicatiegebruik  en behandelingen.  Het is een ingekorte autobiografie van zijn leven waarin hij ons langs dit pad begeleidt.  Het verhaal start in 2003 na een epilepsie aanval in de winkel waar hij werkte.  De diagnoses hyperventilatie, migraine en uiteindelijk epilepsie komen voorbij. Uiteraard met de nodige medicatie die daarbij wordt voorgeschreven.  De vertelstijl is redelijk opsommend, zeker als hij van bepaalde medicatie de bijverschijnselen  uit de bijsluiter benoemt.  Op zich zeer relevant voor het verhaal.  Met verbazing lees je dat als er dan een diagnose epilepsie komt, deze wordt omgezet naar rechtertemporaalkwabepilepsie en daarna weer wordt teruggedraaid naar RLS  ( Restless leg syndrom).  Dit alles met de nodige medicatie veranderingen en niet geïnteresseerde specialisten.  Sommige kijken niet eens naar de patiënt maar verhogen gewoon de medicatie.  Daarnaast kampt hij met onbegrip van de werkgever die een heus wegpestprotocol is gestart.  Na een lange weg van verschillende ziekenhuizen in Nederland belandt hij in Antwerpen waar opnieuw een nieuwe diagnose volgt die ver afstaat van de eerste. Er volgen zelfs operaties  waarvan de laatste begin dit jaar. Een jarenlange lijdensweg waardoor de auteur nog meer gesterkt werd om dit verhaal op papier te zetten.

Het tweede deel van het boek gaat over een ander persoonlijk drama die hij mee moest maken. Zijn zoon viel op elfjarige leeftijd en verbrijzelde daarbij zijn heup. Een lange weg van revalidatie en veel pijn ten gevolgen. Hij was te jong voor een kunstheup en bovendien in de groei. De groeischijf werkte nog maar voor 25 procent met alle gevolgen van dien. Tot zijn 24e jaar hebben de artsen heb in Nederland met veel pijn laten lopen en konden weinig voor hem doen. Op die leeftijd kreeg hij zelfs te horen dat hij maar terug moest komen op zijn 40e omdat hij dan pas  een kunstheup kon krijgen. De pijn was echter zo ondraaglijk dat er zelfs de optie ‘vrijwillig levenseinde’ langs kwam. Wederom zochten ze hun heil in België. Dit maal in Gent.  Hier kreeg hij een injectie om de pijn te verzachten. Deze injectie zou een halfjaar werken en daarna zou er , na goedkeuring van de verzekering, een operatie mogelijk zijn. Die goedkeuring kwam er…

Twee bijzonder verhalen.  Verhalen die je laat nadenken .  Vooral de beschrijving over de artsen die ongeïnteresseerd bezig waren troffen mij zeer. Je kunt dan misschien niet bij machten zijn iets voor iemand te kunnen doen maar geef dat gewoon toe, blijf menselijk en denk mee.  Wat mij ook verbaasde is het grote verschil met België als het gaat om de zorgkosten en de manier van werken. Zo dichtbij en een wereld van verschil.  Gelukkig is er een mogelijkheid geweest voor Theo en zijn zoon om een second opinion te krijgen en daar naar te laten handelen.  Je moet er niet aan denken als dat anders was geweest.

Hoewel het af en toe wat stroef en opsommend leest (wat ik zelf niet altijd prettig vind) houdt het verhaal de lezer zelf wel bij de les.  Het is zeker een verhaal wat verteld moest worden en zeker ook gelezen. Ik hoop dat een ieder die dit leest scherp zijn eigen regie behoudt waar nodig en ook inziet dat er wel degelijk wat moet veranderen met ons zorgstelsel.  Hierin is de missie van de auteur zeker geslaagd.

 

Met dank aan de uitgeverij voor het digitale recensie exemplaar

 

 

” statiegeld voor mijn moeder, verhalen over het leven in de DDR” Manon de Heus & Marijke van der Ploeg

statiegeld9789463387064/2019

Manon van Heus & Marijke van der Ploeg, uitgeverij Aspekt.

Dit jaar, op 9 november, is het dertig jaar geleden dat in 1989  ” de Berlijnse Muur” viel.  Zelf was ik 19 jaar oud en wist ik nog precies waar ik was toen ik het nieuws hoorde. ( Dat heb je wel eens dat bij bepaalde momenten in de geschiedenis je nog precies weet waar je was).  Het was een tijd waarin we nog geen smartphones en sociale media hadden en ik denk dat als je opgegroeid bent in deze tijd je je haast niet kan voorstellen hoe het leven zonder die sociale media ging, laat staan dat je je kunt voorstellen hoe het leven is geweest in de DDR tijdens de koude oorlog. De Staat controleerde en reguleerde het dagelijks leven. DDR-kinderen zijn opgegroeid met de slogan ” als je iets niet mag vertellen, dan vertel je het ook niet” .  Je had geen kritiek want dat kon je lot ernstig bepalen. Het kon het verschil betekenen tussen een leven in de gevangenis en een leven met privileges.

Er zijn veel geschiedenisboeken geschreven over deze periode en over hoe de Stasi te werk ging en hoe het leven in de DDR zou zijn. In het voorwoord laten de auteurs weten dat ze juist een boek wilde maken over de mensen die het echt hadden meegemaakt. Persoonlijke verhalen om de sfeer van toen te voelen in het verhaal. De meeste gesprekken waren vrij gesloten en gecontroleerd, mensen vonden het moeilijk hun ervaringen te delen omdat het juk van de opvoeding nog op de schouders drukt. Er werd nagedacht voor er gesproken werd en als er gevraagd werd wat voor gevoel ze er bij hadden kwam er als antwoord “het was nu eenmaal zo.. “.

Na het voorwoord volgt er een korte historische achtergrond bij de verhalen. Over hoe het land verdeeld werd na de Tweede Wereldoorlog en de opbouw van de Duitse Democratische Republiek die dus veel was maar zeker niet democratisch.  Daarna volgen er twintig portretten van twintig willekeurige personen die twee dingen gemeen hebben. Ze zijn opgegroeid in de DDR en ze wilden hun verhaal delen. Verder staan er portretfoto’s bij van de geïnterviewde personages uit die periode waardoor de verhalen nog meer binnenkomen. Je ziet immers een gezicht bij het verhaal.

Het is vandaag de dag bijna niet voor te stellen (zeker niet met al de AVG en soms doorgeslagen privacy wetgeving) dat mensen continu gecontroleerd werden door de regering. Er werden dossiers bijgehouden en zodra je maar een stap buiten het gewone leven deed werd hier een notitie van gemaakt. Uiteraard werd het ‘gewone leven’ door bovenaf bepaald en werd iedereen met deze doctrine opgevoed,  ‘ ze wisten niet beter’.  En als je teveel vragen stelde kon je dat zwaar komen te staan.

Het is daarom goed dat dit soort verhalen worden opgeschreven en dat mensen kennis hebben van de geschiedenis.  Door deze vorm te kiezen en zeer persoonlijke verhalen neer te zetten komen de verhalen binnen en krijg je een veel beter beeld over hoe het dagelijks leven was. Mensen leefde in onzekerheid en angst want je buurman, je broer, iedereen kon een spion zijn van de Stasi. Het laat zich leven als een script van een film maar het was voor deze mensen bittere realiteit.

Een mooie bundeling bijzondere verhalen.

 

 

 

” kleinzeer ” Nadia de Vries

5be12e8eabd234.35696479.jpg9789492928269/2019

Nadia de Vries, uitgeverij Pluim

Nadia de Vries (1991) veroverde internationale podia met haar eerder verschenen Engelstalige dichtbundel Dark Hour, bracht verschillende dichtbundels uit in eigen beheer en schreef essays voor o.a. De Gids.  Ze is promovenda aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze onderzoek doet naar de afbeelding van het menselijk lichaam in de digitale cultuur.   “Kleinzeer, de onzichtbare wereld van een ziekte” is haar non-fictieve vertelling over haar ziekte.

Als kind werd Nadia de Vries ongeneeslijk ziek. Hierdoor leefde ze er op haar manier op los wetende dat het toch snel over zou zijn. Ze kon zich niet druk maken over een opleiding want ze zou die immers toch niet af kunnen maken. Op haar veertiende genas ze onverwachts  en moest ze ineens weer deelnamen aan de wereld : zwemdiploma’s halen en nadenken over een studie, een baan, een huis, een toekomst.  Jaren later werd ze gediagnosticeerd  met een stemmingsstoornis en was ze weer ziek. Alleen is het hebben van een geestelijke ziekte toch een heel andere belevenis.

Het kleine boekje in pocketformaat met alleen de titel spreekt mij op de een of andere manier meteen aan. Het schreeuwt eigenlijk naar mij om opgepakt en gelezen te worden. Het is een wonderlijk verhaal. Het is logisch dat als je als kind te horen krijgt dat er geen toekomst is je je daar ook niet druk om gaat maken en gewoon overal met de pet naar gooit en alleen maar voor jou leuke dingen wilt doen.  Dingen doen er niet toe. School niet en dromen over de toekomst al helemaal niet. Als dan de diagnose 360 graden de andere kant op gaat slaat de paniek denk wel toe. Niet bij de omstanders die zijn blij en vinden dat je dankbaar en gelukkig moet zijn maar de patiënt heeft heel wat te verwerken. Iets wat ze zeer treffend op papier neer zet. Als er later een psychische ziekte wordt geconstateerd geeft dit heel andere reacties. Sommige zijn zelfs heel hard want je moest immers dankbaar zijn omdat je mag leven. Maar dat leven dat is niet zo simpel.

Kleinzeer is een mooi verhaal, een bijzonder verhaal. Een verhaal vol emoties en met name kwetsbaarheid. Over onbegrip, onwetendheid maar zeker ook over hoop en medeleven (of het gebrek aan medeleven). Kortom er zit heel veel in dit kleine boekje.  De schrijfstijl is toegankelijk en je merkt dat de auteur ook gedichten op haar naam heeft staan. Het verhaal is opgedeeld in zes stukken. Zelfstandig te lezen maar zeker ook een mooi geheel. Het stuk  tachtig gedachten over medeleven  heeft ook wel wat filosofisch, sommige opmerkingen zetten je wel degelijk even aan het denken.

Hoewel sommige zeggen dat het ‘in de mode’ is om over je eigen ziekte of gebreken te schrijven vind ik het toch altijd bijzonder als iemand zo’n persoonlijk verhaal met ons wilt delen. En als dat op een heel mooie en originele wijze wordt gedaan kan ik dat alleen maar toejuichen.

Informatie over de auteur en achterflap tekst komen van de site van de uitgeverij.

” een bemoedigende gids voor sociale robots” Marcel Heerink

unnamed-file-485009789463385565 / 2019

Marcel Heerink werkte als onderzoeker wereldwijd in projecten waarbij sociale robots werden in gezet voor kinderen met autisme, mensen met dementie en kinderen in het ziekenhuis. De bijzondere ervaringen en inzichten die hij daarbij opdeed gaven hem inspiratie voor dit boek.

Een bemoedigende gids voor sociale robots is een handleiding voor de sociale robot om stand te houden in de wereld van de mensen. Er wordt immers veel van de robots verwacht en de mens is soms zeer onbegrijpelijk als je die niet kent. Want hoe moet je als robot omgaan met zaken als vriendschap, angst, compassie en mensen met een ochtendhumeur?

Marcel Heerink heeft als uitgangspunt gekozen zijn verhaal te schrijven met de sociale robot in gedachten als lezer. In zijn inleiding spreekt hij dan ook meteen de nieuwsgierige mens aan die waarschijnlijk dit boek zal gaan lezen en niet “zijn doelgroep”. Hiermee is de toon gezet, een luchtige toon waarbij er af en toe toch een steek onder water wordt gegeven. De mens krijgt herhaaldelijk een spiegel voor gehouden waardoor de lezer misschien wel eens achter de oren zou krabben. Want als je het door andere ogen bekijkt kan de mens en zijn gedrag best wel vreemd overkomen.

De vertelstijl is toegankelijk en vlot. Zoals gezegd is de invalshoek om het verhaal te vertellen voor een apart publiek een originele vondst die zeker aanslaat. Sommige stukken zijn filosofisch en laten je nadenken over allerlei vragen op het gebied van ethiek, het geloof en de psychologie. Naast al die mijmeringen en constateringen is er ook ruimte voor een vleugje romantiek en hoe de sociale robot een rol speelt in de (nog) onbeantwoorde liefde van een programmeur.

Veel inhoud voor een redelijk dun boek dat naar mijn idee te snel uit was. Een leuke inleiding, een prima opbouw van het verhaal en een lijst met notities, verwijzingen en geraadpleegde literatuur achter in het boek maken het geheel compleet.

De sociale robot krijgt een steeds grotere rol in het leven van de mens op allerlei gebieden. De vragen die dit met zich meebrengt, komen voorbij in dit boek. Het zet je aan tot nadenken en dat kan zeker geen kwaad. Want wie weet wat de toekomst verder nog zal brengen?

Ik besprak dit boek eerder voor Boekenbijlage